Lezen

Naast schrijven helpt het me om te lezen. Stephen King zei dat hij iedere dag begint met schrijven, daarna een flinke wandeling maakt waarna hij ‘s middags leest. Ik ben De therapeut van Yalom aan het lezen en vergaap me aan de personages: stuk voor stuk heerlijk overdreven psychoanalyse cliënten. Een gokker die toch van zijn vrouw houdt, een gevaarlijk wraakzuchtige manische echtgenote, een sullige besluiteloze echtgenoot, Yalom creëert er een spannend samenhangend verhaal mee rond de spil, de therapeuten en hun organisatie. Het is wel een ander soort verhaal als ik nu schrijf maar toch helpt het me om te durven overdrijven en lijnen in de gaten te houden. Volgens wie was het ook alweer die zei dat je door te lezen een gevoel krijgt voor spanningsbogen, voor structuur, voor ritme? Misschien las ik dat in Schrijven Magazine. Ik krijg van Yalom een gevoel voor lijnen uitzetten en terug laten komen.

Ook herlas ik Amen van Marcel Möring vanwege hoe hij poëtische bewegingen in zijn teksten aanzet, zoals een schilder. Hij gebruikt herhaling als stijlmiddel, en dat werkt. Het verhaal voelt daardoor belangwekkender, epischer. Ook de keuze van scènes vergaap ik me aan. Hoe de combinatie van thema’s er telkens door worden belicht en het personage diepgang krijgt.

Ik weet niet eens wat ik aan het doen ben in mijn verhaal. Door ‘goed’ en ‘erg goed proza’, weet ik wat te behouden en wat misschien weggesneden kan of veranderd. Ik gebruik meerdere stijlen voor verschillende scènes. Op de één of andere manier is dat zo gegroeid. Het geeft wel een artistiek effect, die de inhoud volgt.

Mijn verhaal is sterk expressief, in sommige stukken sterker dan andere, waarin ik ingetogener ben. Hoe durf je naar voren te komen, is ook een thema van mijn verhaal die ik er niet bewust in gestopt heb maar die zich opdrong tijdens het schrijven. Dat past bij hoe ik sta in mijn leven op dit moment.

Ik denk ook na over in hoeverre ik me aanpas aan de wereld en in hoeverre ik mijn persoonlijke zelf wil laten spreken. Er zijn theorieën over kunst als hoogstpersoonlijke expressie of kunst als rechter hersenhelft product in tegenstelling tot de meer conventionele linkerhersenhelft. In het dagelijks leven passen we ons heel veel aan, denk ik.

Geen wonder dat je eigen stem, je eigen visie en mening in de verdrukking kan komen en bij kunst adem krijgt, naar boven kan komen, ruimte krijgt. Ik denk ook dat dat de taak van kunst is, om de ruimte te geven om op een fraaie manier je persoonlijk te uiten, te spiegelen. Letterlijk tot jezelf te komen. De grote thema’s als oorlog, liefde, dood, identiteit kunt spiegelen aan een ander en dichter bij je eigen persoonlijke beleving te komen, betekenis te vinden in plaats van absurditeit.

Cursus

Om weer te schrijven is het soms nodig een cursus te doen waarin je met wat deadlines weer aan het produceren gaat en feedback krijgt over wat je produceert. Daarom ben ik toch aan Fictie 4 van Editio begonnen met het manuscript waar ik mee bezig was. Ik lees de waardevolle feedback en probeer mijn weg te vinden in deze cursus. Eerst herschrijven met de feedback? Daarna weer produceren? En wat wil ik doen met een personage die in het begin aanwezig is? Moet die aan het einde nog terugkomen? Ben ik een pantser die begonnen is zonder plot en is het nu tijd voor achterom kijken om losse eindjes te voorkomen?

Hoe doe je dat ook alweer denken over je plot? Buiten merk ik dat ik vooral veel omga in de nieuwe omgeving. Ik moet er weer inkomen. Misschien scènes samenvatten voor overzicht? Waar is die cursus ook alweer met de scèneketting? Hoe ga ik het einde net zo sterk maken als het begin? Klopt wat ik dacht over het thema nu nog?

Ik denk dat ik eerst maar eens herlees wat de tutor schreef in de tekst en dat ga verwerken, om vervolgens de scènes samen te vatten voor meer greep op de grote lijn.

De kunst van het schrijven

Ik herlees De kunst van het schrijven van John Gardner en merk hoe sommige dingen nu beter tot me doordringen en ik bij andere vraagtekens heb. Zo is hij over metafictie weinig te spreken. Hij ziet het als een intellectueel spelletje en gaat voorbij aan de betekenis. In recent hersenonderzoek is aan het licht gekomen hoe belangrijk betekenis is voor ons breinfunctioneren, het narratief niet alleen, ook de betekenis die we eraan geven. Het is essentieel voor het welbevinden.

Metafictie vind ik niet zonder betekenis. Je hebt er een bepaald niveau van begrip voor nodig om te zien hoe de vorm iets zegt over de werkelijkheid en iets blootlegt, dat je anders niet zou zien. Dat het speels is geeft een plezierig gevoel, maar dat doet conventionele fictie ook, met het spel van de elementen zoals personages, conflict en omgeving. Vaak is het spel van metafictie een extra laag, de vorm.

Zoals bij een schilderij een abstracte vorm iets aan betekenis aan de werkelijkheid kan toevoegen. Bijvoorbeeld Guernica van Picasso: in de vervorming van de werkelijkheid, van de mensen, vind ik uitgebeeld hoe vervormd we worden van de verschrikkingen van oorlog. Zou je het netjes conventioneel en mooi schilderen, dan zou je de schoonheid van oorlog verbeelden. Dat wilde Picasso volgens mij niet, hoewel hij daar wel toe in staat was. Die extra laag begrijpen, daar gaat het om in kunst. Het verbeeldt toch iets uit de werkelijkheid waar je je eerder niet bewust van was. Dat zie ik ook terug in literaire tijdschriften, vaak subtiele manieren van de werkelijkheid weergeven die verder reiken dan wat we al weten en van het conventionele.

Daarnaast vind ik het belangrijk om het conventionele in ere te houden. Ik wil niet een wereld met louter metafictie of louter conventionele verhalen, met louter voor een categorie kunst. Als diversiteit en verbinding belangrijk zijn, dan is het goed dat er voor ieder wat wils is. Ook voor je politieke tegenstander, want we houden elkaar in evenwicht om niet monomaan maar één kant op te gaan. Te veel lief, te veel sterk, te veel mooi of te veel (vul zelf maar in).

John Gardner zegt ook dat het persoonlijke zelden kunst oplevert. Daar ben ik het niet mee eens. Het persoonlijke is nu juist een bron die altijd wel bij iemand resoneert, wanneer je het relateert aan conventie en vertaalt misschien naar een beeld dat mensen begrijpen, met gebruik van technieken. Het persoonlijke kan verrassend origineel zijn of grappig afwijkend, zeldzaam ontroerend of aangrijpend. Zoiets.

Gedicht op spiegel

Omdat ik verhuizen moet, dacht ik, waarom geen spiegel? En omdat ik bezig was met gedichten op voorwerpen (in mijn gedichten woon ik) dacht ik: een gedicht op een spiegel laten graveren? Dit bleek voor een redelijk bedrag mogelijk. Dus ik klom in de pen en schreef een zeer persoonlijk gedicht aan mezelf dat voor anderen wellicht weinig begrijpelijk is maar voor mij een herinnering. Het hoeft niet altijd universeel te zijn. Er is iets voor te zeggen om juist iets hoogstpersoonlijk aan jezelf te schrijven.

Gedicht over plaats

Dit zonnig maar winderig afgelopen weekend liep ik door Zandvoort met mijn zus en bewonderden we de standbeelden voor het museum. Het museum was dicht, wisten we. Dan kunnen we toch raamshopping doen? Gebogen over de ramen werden we vriendelijk naar binnen gewenkt door Gerardo. Hij keerde het bordje gesloten om. Er mogen maar drie gasten in een winkel en we waren twee.

Ik zocht een pen uit met tulpen. De kust en tulpen zie ik als verbonden aan elkaar en typisch. Misschien schrijf ik wel een gedicht over Zandvoort, zei ik tegen Gerardo terwijl ik afrekende. Stuur het aan me op, zei hij. Gewoon online bij VVV Zandvoort. Nu moest ik dat gedicht ook schrijven. Ik had al iets opgeschreven maar vond dat niet toegankelijk genoeg voor de VVV. Wel kon ik bepaalde beelden daarvan goed gebruiken. Dat doe ik wel vaker, beelden die ik geslaagd vind in een gedicht hergebruiken in een ander. De gedichten gaan toch naar verschillende plekken. Zo gezegd, zo gedaan. Op het contactformulier lukte het niet om het gedicht op te sturen, dus vroeg ik om het e-mailadres. De volgende ochtend kreeg ik het.

Ik twijfelde nog aan één regel. Na lang wikken en wegen koos ik toch voor de klank van een woord. Nu klinkt de zin mooi. Ik kreeg bericht dat het gedicht naar alle medewerkers gestuurd zou worden en zeker naar Gerardo.

Roer.land

Een site vol gedichten gaat één regel van me plaatsen in de rubriek Panorama. De site is een ontdekkingsreis en een nautisch kunstwerk waar je in kunt verdwalen. Overal zijn gedichten of gedichtenregels te vinden, waar je je aan boord ook bevindt. Verdwalend kwam ik de namen van schrijfvrienden tegen van mijn online dicht- en schrijfcommunity op Facebook. Ik lees graag Leen Pil bijvoorbeeld. Een gedicht waar moederschap eens in onverwachte beelden vertoond wordt in de rubriek ‘Zog’. Ondertussen kriebelt het om weer aan langer werk te beginnen. Dat staat nu een beetje stil door life events. Ik verlang naar rustiger vaarwater.

Een leeg hoofd

Het afgelopen jaar heb ik minder kunnen schrijven, zelfs een gedicht lukte niet altijd, laat staan aan mijn manuscript. Mijn hoofd voelde leeg door groot verdriet. Ik heb nog jaren van verwerking voor de boeg, en schrijven helpt daarbij. Niet per se schrijven over ellende, nee. Schrijven over thema’s waar je energie van krijgt, iets als nieuw ontdekken en benaderen kan juist beter werken voor je brein. Je vult je brein met iets nieuws en de gevoelens verdwijnen op de achtergrond. Tussendoor voel je wat je voelt, wat er naar boven komt. Je kunt ook niet de hele tijd geconcentreerd zijn op iets anders. Anderen helpen geneest me. Ik kwam erachter door het te doen. Het helpt ook je mission statement te weten, je ideaal. Daar kun je energie uit putten. Het helpt ook bij het kiezen wat te schrijven maar het hoeft niet. Ik laat me leiden door nieuwsgierigheid die weer gemotiveerd is door voort te bouwen op wat ik me nu herinner. Waar gaat het verder? Hoe gaan anderen verder dan hier? Wat is een nieuwe mogelijkheid? Wat zijn de oude beproefde manieren in deze nieuwe situatie?

Nieuwe ogen

Door omstandigheden heb ik mijn manuscript een tijdlang laten liggen en er niet naar omgekeken. Ik had de vermogens niet om eraan te werken. Ik wist dat er iets met de structuur is waar werk aan is, maar wist niet wat en ik had de concentratie niet die vereist is om een groot project te overzien. Daar heb je je brein voor nodig en dat was te veel out of order. Ik sta op het punt om het weer op te pakken door middel van een cursus van Editio, hopend dat de situatie binnenkort beter is. Het is een gok.

Een vriend die veel leest las afgelopen week mijn manuscript en was onder de indruk. ‘die knalt er wel in’, ‘indrukwekkend verhaal’. Dit geeft me weer moed om het weer op te pakken. Kennelijk is er één lezer die begrijpt dat dit verhaal moet. Of ik het alleen voor vrienden wil uitgeven of een uitgever wil zoeken maakt me nu niet uit. Ik wil dit verhaal zo goed mogelijk afschrijven, tot ik helemaal tevreden ben. Ik ben blij dat ik even zijn ogen mocht ‘lenen’.

Ondertussen lees ik van Jessica Durlacher ‘De dochter’, en begrijp het boek zo goed. Vooral de grote vader herken ik, met het grote verhaal en de moeizame omgang, vaak onvoorstelbaar moeilijk. Wat het met je doet. Lastig om dat goed op papier te krijgen in een vorm die leesbaar is.

Wachten

Een vreemd onderdeel van schrijven is wachten. Wachten op de uitslag van een schrijfwedstrijd, wachten op de reactie van een uitgever, wachten op de uitspraak van de jury. De spanning loopt op en hoe hoger je verwachting des te groter de uitkomst: vreugde of teleurstelling. Er is een geluksaspect bij dat wachten. Wat je schrijft kan net goed vallen of er kan iemand zijn die het thema beter brengt.

Hoe hoger je inspanning, hoe hoger je verwachting? Niet per se. Bij beginners zie je vaak dat ze weinig inspanning leveren bij het schrijven en toch een hoge verwachting hebben. Doorgewinterde schrijvers zijn vaker realistisch en weten beter wat hun woorden waard zijn en dat de kansen gering zijn.

Je zou kunnen zeggen dat het masochistisch is om te schrijven omdat de kans op succes zo klein is. Dit geldt alleen wanneer je je verwachtingen hoog legt. Dat is iets anders dan dromen. Dromen over succes is leuk, grappig, vermakelijk, plezierig en kan motiveren. Maar je weet dat een droom niet werkelijk waar is. Het is ook anders dan een wenslijst aan doelen die wel haalbaar zijn. Werken aan je vaardigheden tot je wel kans maakt bijvoorbeeld. Kleine haalbare doelen, zoals goedlopende zinnen schrijven, leren personages goed uit te werken, een gedicht afschrijven, een schrijfboek lezen maken onderdeel uit van het grotere doel waar je van droomt. Door het op te breken in stukjes heb ik vaker een gevoel van succes.