Reflecteren en oefenen

Weer bezig met een verdiepingscursus waarbij veel reflectie en oefenen te pas komen. Het eerste huiswerk is vlot gegaan – waarschijnlijk omdat ik al over dit onderwerp had nagedacht. Bij de tweede les is meer oefening en inspanning nodig. Wat bevalt me dit goed. Heerlijk ploeteren en mezelf af en toe toestaan wijdlopig en spontaan te schrijven. Bovendien voel ik me bij deze docent vertrouwd zodat ik al mijn twijfels en zorgen over de leerstof ongehinderd kan uiten. Ik blijf het vreemd vinden dat dan juist veel van die zorgen oplossen doordat ze bewust worden.

Schrijven kan ook een fijne afleiding zijn van andere zaken, vooral wanneer die aanleiding zijn tot machteloos gepieker. Na een beetje schrijven kun je weer opgewekt problemen aanpakken of nieuws afwachten.

Dit jaar doe ik niet mee aan Nanowrimo. Ten eerste omdat ik geen onderwerp of plan heb liggen voor een groot werk, misschien einde deze maand wel. Ten tweede omdat ik van plan ben een aantal korte verhalen en gedichten te schrijven en aan de cursus verder werken.

Advertisements

Wachten hoort bij schrijven

‘Wachten hoort bij schrijven,’ lees je vaak over het wachten op een manuscript, op de uitslag van een schrijfwedstrijd, op hoe een boek ontvangen wordt. Daarom is meedoen aan wedstrijden een goed idee, zodat je alvast een beetje kunt wennen en strategieën kunt ontwikkelen.

Vandaag heb ik geen probleem met wachten. Dit komt omdat mijn buik vol is met taart en chocola en ik heel veel afleiding heb. Bovendien heb ik ook nog een verhaalidee waar ik nog wat aan kan denken. Is het iets? Wat zou er nog meer kunnen gebeuren? Hoe kleed ik het in? Ook is mijn onzekerheid getemperd door een enthousiaste reactie van mijn zeer kritische schrijfvriendin Sigrid op mijn laatste verhaal. Hoe lang het duurt voor de onzekerheid haar kop weer opsteekt weet ik niet.

Een onderzoekje doen op internet en in boeken levert tegenstrijdige berichten op over lang wachten op een manuscript. De een zegt dat je snel iets hoort als het iets is, de ander, een uitgever, zegt dat het een teken is dat men ermee bezig is. Ik voel me dan een weerman die denkt, het kan vriezen of dooien.

Wacht niet, leef. Kom ik tegen. De taart is op. Er ligt nog een chocoladeletter. Mijn maag protesteert. Vakantie en verjaardag vieren is goede afleiding. Vandaag beduidend minder naar mijn e-mail gekeken. 🙂

 

Weer een cursus

Na het voltooien van de cursus korte verhalen schrijven heb ik besloten weer een cursus te volgen die zich richt op specifiek literair schrijven, gegeven door Thérèse Major. Ik heb allang het verlangen gehad haar cursist te zijn, omdat ik haar persoonlijk ken en veel schrijftips van haar gelezen heb. Het leek me niet zinvol om twee cursussen tegelijk te doen, dus heb ik gewacht.

Ze geeft de cursus via Schrijven Online, waar ik me vandaag heb aangemeld. Het lijkt me een goede aanvulling op de cursus die ik net afgerond heb. Een alternatief voor me zou zijn geweest schrijfcoaching / schrijfbegeleiding in te kopen van een literair geschoolde docent(e) van een academie. Mogelijk zal ik dit in het vervolg nog doen. Deze keuze heb ik gemaakt omdat een gehele cursus bij een academie niet past in mijn leven zoals het nu is. Dit biedt meer vrijheid.

Binnenkort ga ik voor dichten een workshop volgen, om een specifieke techniek te leren.

Fantastels schrijfwedstrijd

Fantastels is een genre schrijfwedstrijd, dat wil zeggen een wedstrijd in grofweg de drie genres: Fantasy, Horror of SF. Grofweg, want er valt meer onder zoals mengvormen van deze genres. In het gemeen hebben ze dat ze verbeeldingsliteratuur genoemd worden.

Ik ga voor de eerste keer meedoen. Bij genre kom ik meestal uit in de middenmoot. Eens kijken of het me lukt iets hoger uit te komen.

Het leuke aan deze wedstrijd is dat je hoe dan ook feedback krijgt en dat voor het luttel bedrag van 7.50. Hulde aan de organisatie. Bovendien is er volgens mij een ranglijst, zodat je je kunt meten.

Voorop bij mij staat bij het schrijven van genre het plezier en de vrijheid. Tegelijkertijd ben ik me bewust van de moeilijkheid om naast de gewone verhaalelementen ook genrekenmerken in het verhaal te verweven. Dat is juist een plezierige uitdaging.

Wie hieraan meedoet kan komend jaar met zijn verhaal of verhalen meedoen aan Edge Zero. Doe er je voordeel mee door met de feedback jouw verhaal te herschrijven voor Edge Zero.

Feedback geven

De eerste keer dat ik een verhaal lees, om proef te lezen, lees ik altijd als lezer. Net zoals wanneer ik ideeën genereer, schakel ik mijn kritiek uit. Ook lees ik zo breed mogelijk, dat wil zeggen dat ik open sta voor verschillende genres, experimenten, stijlen, ontwikkeling (beginner, gevorderd, top), inhoud.

Ik geniet van het verhaal, van de vertelstem – zelfs als deze anders is, van het plot, van de personages, de toon. Ik maak mentale notities van waar ik blijf haken, waar ik de draad kwijtraak en wat me verder opvalt. Bij sommige verhalen gaat het genieten gemakkelijk, bij het andere werk ik harder. Naarmate je meer verhalen van beginners leest, ga je bij het lezen sneller zoeken naar de mogelijke ontwikkeling van de schrijver. Je krijgt meer oog waar deze specifieke persoon naartoe zou kunnen gaan, als hij hier en daar aan werkt. (en wordt dan verrast doordat hij of zij een andere kant opgaat)

De tweede keer let ik op een hele reeks dingen, waarbij ik probeer de sterke punten en de schrijfstijl te respecteren. Ik heb niet precies een lijstje in mijn gedachten waar ik op let, het gaat meer kris-kras door de elementen heen, ook afhankelijk van de tekst. Soms is er veel werk aan, soms is het verhaal zo goed en complex geschreven dat het lastig is de structuur te zien en is het echt zoeken naar dingen die beter kunnen. Ik noem het dan met de stofkam door het verhaal gaan.

Twee korte verhalen geaccepteerd

Peter den Dikken is een voormalig journalist en geeft bijzondere boeken uit, bijvoorbeeld over restanten van de tweede wereldoorlog in het Nederlandse landschap of verslagen van reizen zoals naar Berlijn, maar vanuit oog voor geschiedenis en betekenis. Hij werkt aan weer een verhelderend boek over Parijs, een bijzonder boek dat ik wellicht later ga bespreken omdat het korte verhalen bevat, non-fictie, en omdat het concept me aanspreekt.

Twee korte verhalen over de jeugd van mijn vader zullen erin verschijnen, die contrasteren met de rest van het boek en het hierdoor diepte en reliëf geven. Door mijn vader te interviewen kreeg ik verhalen te horen die ik nog niet kende, bovendien maakte het nieuwe verhalen los. Vaak denk je dat je niet over het verre verleden iets kunt schrijven omdat veel vergeten is en er gaten gevallen zijn. Door te praten en vragen te stellen in ontspannen sfeer, kun je de gaten meestal wel opvullen. Bovendien helpt internet, omdat je een plaatsnaam op kunt zoeken of een plaatje van een gebouw, wat weer herinneringen oproept.

Wie meer wil weten over hoe het geheugen werkt voor een schrijver kan het boek dat ik momenteel lees lezen: Volmaakte schrijvers schrijven niet van Rudolf Geel. Het geheugen speelt niet alleen een rol bij non-fictie, ook bij fictie schrijven.