Een afwijzing is goed

Vorige week kreeg ik een afwijzing van een literair tijdschrift uit Amerika en dat is goed. Want een afwijzing is een goed teken. Het betekent dat je een verhaal niet alleen afschrijft maar ook inzendt. Zoiets stond op een Amerikaanse schrijverssite en dat stimuleert om het niet na een afwijzing op te geven. Nog beter dan een afwijzing is een afwijzing met feedback. Wanneer je feedback krijgt van een overbezette redactie dan is dat een teken dat je er bijna bent. In dit geval had ik dit bewuste verhaal te tellerig verteld in de ogen van de redacteur. Had ik dit niet gedaan dan was het mogelijk geplaatst. Ook kwam ik te weten dat ze niet dol zijn op alliteraties. Doe hier je voordeel mee.

Nu ga ik eerst mijn langere Nederlandstalige project afwerken voor ik het Engelstalige korte verhaal met wat meer show ga herschrijven.

Advertisements

Te gezellig

Gisteren naar een te gezellige schrijfochtend geweest, waardoor ik me op de bank ging afzonderen om te schrijven. Mijn doel is duidelijk meer taakgericht dan dat van een paar anderen die denk ik een sterke behoefte hebben aan een schrijfgroep en niet aan een schrijfochtend. Het is natuurlijk erg zinnig om over schrijven te praten met collega’s maar daarvoor heb ik iedere maandagochtend zeer vroeg overleg met mijn schrijfmaatje. Vaak ontstaan er discussies over schrijfonderwerpen waar we meer over willen weten en soms raadplegen we dbnl om een onderwerp uit te zoeken. Dat leidt vaak tot interessante discussies op fora, blogs of zelfs een artikel bij Schrijven Online. De hoofdzaak is echter: wat heb je gedaan en wat ga je doen. Daarna gaan we aan de slag en werken we aan iets, ook al is het maar nadenken. Op deze manier werkt het al een aantal jaar naar tevredenheid.

De schrijfoefening die we kregen was erg prikkelend en leverde een tekst op die ik met enige herschrijf zo in mijn verhaal kan plaatsen. Deze opdracht kan ik wel vaker toepassen wanneer ik vastloop in een verhaal, want het werkt.

Laatste weken van cursus

In de laatste weken van de cursus is het de bedoeling om meters te maken. Daarvoor ben ik nu het hele verhaal dat ik nu in elkaar heb gezet uit de onderdelen aan het lezen. Nu zie ik dat het verhaal inderdaad een koortsachtige manie in zich heeft en dat het rustiger zou kunnen. Hoe schrijf je rust in een verhaal? Ik zie dat ik dat bij latere onderdelen van het verhaal wel gedaan heb.

Ik denk dat ik na de cursus eerst ga lezen. Ik ga boeken die ik al gelezen heb uit de kast halen zoals Ararat van Frank Westerman, Dag van Elie Wiesel, Davita’s harp van Chaim Potok en Black Box van Amos Oz en analyseren hoe zij mijn specifieke schrijfproblemen oplossen. Daarna ga ik pas mijn verhaal nog eens herschrijven. Een schrijfcursus levert op dat je weet wat je schrijfproblemen zijn. Bij andere schrijvers kun je de oplossing zoeken. Niet om hetzelfde te doen per se, maar om de mogelijkheden te zien, waarna je je eigen smaak toepast.

Black box van Amos Oz

Aan alle conflictmijdende schrijvers kan ik Black box van Amos Oz aanraden, omdat Amos Oz in dat boek het conflict op allerlei manieren erin laat bestaan. De vorm van het boek is een extra plezier bij het lezen. Het is net een dossier van brieven en telegrammen, waarbij de conflicten tevoorschijn komen vanuit alle verschillende participanten, dus vanuit verschillende perspectieven. De personages sparen elkaar niet. Het onderste aan wrevel komt naar boven vanuit het vernis van fatsoen. Knap om door middel van een brief de relaties tussen personages zo onbedekt weer te geven.

Waarom ik aan dit boek denk? Omdat ik schroom om ruzie te laten plaatsvinden in mijn verhaal terwijl dat nu juist de scène is waar ik over ga schrijven. Al piekerend hoe ik dat zal aanpakken zonder dat het een kopie wordt van een typische ruzie, dacht ik aan Black box. Ik zou dat erbij moeten pakken en een willekeurige brief lezen om in de juiste stemming te geraken. Nu alleen nog doen.

Nu de slotscène

Lange tijd was ik bezig met het begin, want daaruit begint het geheel voor mij. Dan schrijf ik chronologisch tot ik bij het midden me afvraag hoe het zal eindigen. Vaak heb ik wel een idee door mijn premisse die meestal iets complexer is dan A leidt tot B maar daartoe wel samen te vatten is.

Terwijl ik het slot schrijf komen er nieuwe inzichten naar boven waardoor ik misschien het hele verhaal nog na moet lopen. Omdat het complexe materie is, is het steeds kiezen wat de kern is en wat de lagen zijn, steeds moeilijker. Soms bots ik aan tegen de grens van mijn denkvermogens, maar het is wel een goede uitdaging.

Ligt er wel genoeg gevoel in? Dat zal ik maar aan proeflezers vragen, want ik ben er nogal technisch mee bezig.

 

Data reductie

Data reduceren is een onderdeel bij het doen van onderzoek als je eenmaal de resultaten hebt. Je hebt een grote hoeveelheid materiaal en je kunt niet alles erbij betrekken. Je wilt wel een goede indruk geven van de werkelijkheid. Bij het schrijven speelt ook data reduceren. Je kunt allerlei kanten uitwaaieren en daarbinnen maak je een keuze wat je laat zien.

Dat wordt beheersen genoemd en bij de cursus komt naar voren dat ik af en toe bij het schrijven lekker de controle verlies wat op zich soms een koortsachtige manie oplevert, een achtbaan, maar toch beter een meer beheerste. Dit ligt aan structurele keuzes waarbij ik steiger. Nee, ik wil niet kiezen. Alles moet erin! Maar ook ligt het aan mijn werkwijze: ik laat van alles aan de oppervlakte komen en bekijk daarna pas wat het werk zal worden. Maar hé, er lag al een basisstructuur. Wat zal er in dit boek komen en wat kan ik een ander verhaal geven?

Amos Oz (kort verhaal)

Achter de gevels van ons dorp verlustigen vissers en meisjes zich aan kibbeling met saus. De saus druipt van de baarden en vermengt zich met lippenstift. De meisjesharen hangen troosteloos los. Ik loop verder naar de boekenwinkel. Mijn hart maakt een sprongetje, ik versnel mijn pas. Over de straat rent een poes alsof hij achternagezeten wordt door zijn ouders. Ik verschuif mijn hoofddoekje, want ik zie zo niet waar ik heenga. Mijn opgespaarde geld ligt los in mijn jaszak. Met mijn vingers omklem ik het terwijl ik voel hoe mijn benen bewegen tijdens het lopen.

In mijn kamer ben ik zo vrij als hier op straat. Ik lees, doe mijn huiswerk. De gesloten wereld opent zich voor mij onder de toeziende blik van mijn ouders die afstand houden. Een mobiel mag ik niet. ‘Te duur,’ vindt vader. Moeder zwijgt en knikt. Mijn uitje is de boekenwinkel. Ik heb het mezelf beloofd als ik goede cijfers zou halen voor geschiedenis en Frans.

Ik heb het boek in mijn handen. Hoe kijkt de verkoopster mij straks aan? Zullen haar ogen medelijden verraden of zal ze goedkeurend knikken zoals mijn moeder?  Een man in de winkel staart kort naar me alsof hij aan mij wennen moet. Ik keer het boek om en lees de achterflap. Judas. Amos Oz. Mijn handen voelen klam, het geld is nog in mijn zak. Precies genoeg. Zou het over een Joodse verrader gaan? Ik wil de andere kant lezen, de verboden kant van het verhaal.

De naam Judas was ooit een heel gewone naam, zoals Mohamad. Mijn geest zit vol vragen waar ik steevast geen antwoord op krijg, geen bevredigend antwoord. Ik weet dat ik liefde zoek en vind in boeken. Mijn vader is vroom, maar niet geleerd. De vader van Juliette zei laatst dat Descartes de twijfel naar Nederland bracht en dat daardoor demonen verslagen werden.

Sinds ik dat weet probeer ik te twijfelen. Ik twijfel aan de antwoorden van mijn vader, aan demonen. Hij wilde niet dat ik VWO ging doen, maar meester van groep 8 heeft hem overgehaald. Natuurlijk laat ik niets merken over mijn twijfel, ik ben niet ongehoorzaam.

Ik loop naar de balie en vraag om een tas, maar daar moet je voor betalen. Dat geld heb ik niet. Het boek laat ik liggen, ik ren de winkel uit, terug naar huis langs de lange weg met de gevels waarachter buurvrouwen aardappels schillen en buren in schuren de boel dichttimmeren.

Ruim een kwartier later sta ik weer in de winkel met een plastictas. Ik koop het boek. Tijdens het lopen zie ik als een vloek de ogen van mijn familie op mij rusten. Ik ga harder lopen, recht mijn rug. Mijn spieren spannen zich. Nog even en ik ben thuis, klaar om het boek te openen. Nog even en ik zal beter weten, beter dan mijn broer die gevangen zit in zijn denken. De trap naar boven kraakt onder mijn voeten. In de keuken schilt mijn moeder aardappelen voor in de couscous.