Hoe lees ik korte verhalen

Lidewijde Paris is bezig met het schrijven van een boek: ‘Hoe lees ik korte verhalen’. Op de schrijfdag van Schrijven Online zal ze vertellen welke boeken ze aanraadt te lezen aan schrijvers en voorbeelden geven. Ik heb al haar boek ‘Hoe lees ik’ gelezen en kan het aanraden om beter te schrijven en wacht met smart op haar volgende boek.

Advertisements

Tot ziens op de schrijfdag?

Dit jaar ga ik als schrijfcoach van Schrijven Online naar de schrijfdag. Ik zal denk ik een paar schrijfboeken meenemen zodat je ze in kunt zien. Zelf ga ik ook lezingen volgen, want ze zijn leerzaam en inspirerend. Tenslotte is het heerlijk ongegeneerd over mijn passie te kunnen praten zonder rollende ogen van niet weer over schrijven. Om me voor te bereiden neem ik mijn synopsis mee en bereid ik een aantal vragen voor die ik zou willen stellen aan de aanwezige uitgevers. Best mogelijk dat ik alsnog alleen kan stamelen, maar aan mijn voorbereiding zal het niet liggen.

Wie weet zie ik je dan? Ik weet niet of er nog plek is. Dit is wat Julia Cameron een artist date noemt, het versterkt je identiteit om ook in het publieke leven als schrijver actief te zijn.

En voor wie niet aanwezig zijn kan, zal ik verslag doen.

De juiste redacteur vinden

Mocht je een bundel samengesteld hebben of een roman, dan wordt aangeraden een redacteur naar het eerste hoofdstuk te laten kijken. Een hoofdstuk waarin niets hapert of stoort zorgt ervoor dat een uitgever zich op de inhoud kan richten.

Ik heb goede ervaringen met meerdere redacteuren opgedaan. De eerste twee keken vooral op verhaalniveau en iets minder op zinsniveau. De derde vooral op zinsniveau. Hoewel de verhalen uitgebreid zijn proefgelezen, wijst een goede redacteur erop waar een verhaal aan zwakte verliest, bijvoorbeeld omdat de spanning wegvloeit aan het einde. Hij let ook op andere verhaaltechnische zaken en schrijfstijl kwesties en wijst je ook op je kracht. Zoals Ernst van der Kwast tijdens een workshop zei, het op zinsniveau slijpen en werken, daar zou hij veel langer over willen kunnen doen.

Waar kan ik aan merken dat een redacteur goed bij me past? Ik vind het belangrijk dat ze zoals een mentor mijn tekst tot wasdom brengen terwijl ze mijn stijl heel laten en suggesties geven in de lijn van de naaste ontwikkeling.

Een redacteur die je grappige taalvondst schrapt terwijl een lezer er om moest lachen is mogelijk uit een andere kring dan je ideale lezer. Iemand heeft mij een andere tekst teruggestuurd. De betekenis van zinnen was veranderd en ze had geen opmerkingen gemaakt maar het hele verhaal herschreven naar haar eigen smaak. Ze had geen ervaring met proeflezen. Gelukkig hebben de meeste proeflezers ervaring en plaatsen opmerkingen in de kantlijn of in een andere kleur in te tekst (deze zin leest niet lekker, dit begrijp ik niet). Veel proeflezers lezen op zinsniveau.

Een redacteur mag best streng zijn, graag zelfs, maar zal de regie bij jou neerleggen.

Kies tenslotte een redacteur die past bij jouw genre. Als je literair schrijft heeft een thrillerredacteur misschien de neiging om vertragende taalvondsten te schrappen omdat zijn focus ligt op spanning. Het is een kwestie van uitproberen.

Ik heb dus drie namen van redacteuren die bij me passen. Een daarvan is Rob Steijger, de twee anderen werkte ik mee bij Naakte Lunch en wil ik je wel doorgeven, die zijn sterk in korte verhalen en romans in het literair genre. Betalen voor redactie is iets waar ik goed over na moest denken, ik hoef echter niet altijd een heel manuscript te laten redigeren.

Monoloog van een stuiterbal

(vrij te gebruiken voor toneelaudities e.d.)

 

I want to be free… Hé hoi, spiegeloog.

Wat vindt u van mijn nieuwe haarkleur?

Ik ben op, weet je, ik ben op. Op, op, op…

Ik ga nu even liggen. Zo, puf, ik lig. Praten…

O… Is de deur dicht?  En wat als ik opsta?

Hij is dicht.

Wacht, het ligt ongemakkelijk. Ik heb ruzie met mezelf. Ik bedoel… mijn intelligente ik en mijn dinges liggen met elkaar overhoop. Ik wil wel een boek uitlezen, maar de woorden dansen met elkaar, een tutu aan, op het ritme van een beatbox.

Ik hoor iets in de gang. Mag ik iets drinken? Wat hebben jullie. Ach, laat ook maar zitten.

Ik zei dus dat ik ruzie heb met mezelf. Verdraaid, waarom kan ik ook niet rustig huiswerk maken. Ik wil graag leren, maar… uh…

Wat is dat voor een schilderij? Wie heeft het geschilderd?

Laat maar…

Ik ben al blij als ik twee bladzijden achter elkaar gelezen heb. Moeilijk, echt. Dan knarsen mijn hersens terwijl ik lees. Soms tel ik hoe vaak ik stop met lezen. Afgeleid, zegt mijn moeder. Moe word ik ervan. Echt! Ik wil graag meer weten en mijn school afmaken. Ik wil eigenlijk aan het werk, iets doen. Maar daarvoor moet ik die opleiding afmaken, zegt mijn moeder. Ik wil wel…

Schrijf je nu alles op? Wat heb je geschreven? Mag ik het zien?

Mijn vader zegt dat ik in therapie moet. Hij zegt niet dat hij gek van mij wordt, maar ik zie hem met zijn hoofd schudden. Al tijdens het ontbijt. Ik kan moeilijk mijn mond houden en hij wil zijn krant lezen. Ik vraag wat er in de krant staat. Dat is toch niet vreemd? Hij vraagt of ik stil kan zijn maar dat vergeet ik. Iedere ochtend weer hetzelfde liedje. Vanochtend deed ik mijn mond op slot. Hij merkte het niet eens. Dus ik vroeg hem of hij het merkte. Zuchtte hij weer diep.

Ik hoor weer iemand op de gang, of is het buiten op straat? Mag ik even kijken?

Laat maar…

Mijn vader en ik spelen wel samen voetbal, nog steeds. Ik houd van rennen. Het is eigenlijk een soort dolen op het veld. Ik voel me dan vrij, maar ik let niet goed op de bal. Soms wel. Dan voel ik me zo vrij, joh. Het snelle vind ik ook zo gaaf. Alle kanten op zoals de wind. Zo zou ik ook willen lezen. Maar dan weet ik niet wat ik gelezen heb.

Hoe laat is het eigenlijk? Ik heb mijn horloge vergeten om te doen. Wacht, ik pak even mijn mobiel. Waar is ie ook alweer?

Weet je, ik ben verliefd en hij heet Cees. We hebben gezoend bij het fietsenhok, of ik begon hem gelijk te zoenen. Hij liet het toe. Ik kon merken dat hij verbaasd was. Hij lacht om mij. Mijn ouders vinden dat ik rustig aan moet doen. Ik vind het moeilijk om na te denken, vooral als we samen huiswerk maken. Het ligt me meer om op mijn gevoel af te gaan. Maar toen werd hij boos op mij en nu wacht ik op…

Mag ik even kijken of ik een bericht van hem heb gehad? Oké, ik leg hem al weg.

Is het uur al om? Nee, pas een halfuur. Ik had het dus over Cees. Bij hem in de buurt is het erger om stil te staan. Hoewel, soms ben ik verbaasd dat ik minutenlang aan hem denken kan. Dat is een hele bijzondere ervaring voor mij. Als ik minutenlang zo een boek zou kunnen lezen, dat zou wat zijn. Zal ik verliefd worden op boeken? Wie weet helpt dat.

Hé, de bedeltjes aan je ketting bewegen niet.

Om stil te lezen zoek ik de rustigste plek uit die ik kan vinden. Ik ben daar erg goed in om uit te puzzelen welke plek de beste is in de mediatheek. Een hoek is geschikter dan het midden. Daar zijn alvast aan twee kanten geen mensen. Het raam is minder handig dan een wand. Behalve als er een raam in de wand is en Cees komt langs gelopen. Daarom wil ik eigenlijk liever bij het raam in de wand zitten.

Waarom zeg je niets? Heb je geen mening of zo?

In ieder geval, nu ben ik zwanger. Ik moet nu even naar het toilet. Sorry.

 

Mission statement

Mijn missie in één alinea samenvatten voelt als een beperkende reductie aan, maar ook als een uitdaging. Ik zocht op internet naar wat zo’n statement inhield en kwam het tegen bij bedrijven zoals Google en Disney. Die statements ontbreekt het echter aan een diepere laag. Ze zijn nogal zakelijk. Daarom ging ik op zoek naar raad op internet om een mission statement te schrijven voor creative writing.

The creative Penn is vaker een interessant schrijfblog. Ook over dit onderwerp schreef ze een post. Daarin staan 5 vragen die je je kunt stellen ter voorbereiding op het schrijven van zo’n statement. Deze zijn:

  1. Wat doe je?
  2. Voor wie doe je het?
  3. Waarom ben jij anders?
  4. Waar ga je heen?
  5. Hoe kom je daar?

Door deze vragen te beantwoorden, zou je van de antwoorden een paragraaf kunnen samenstellen tot een mission statement. Deze kun je af en toe bekijken als je vastloopt of een beslissing wilt nemen over een volgende te volgen stap.

 

Besprekingen van korte verhalen

Dankzij mijn cursus die ik aan het afronden ben, kwam ik op de site van Shortstory waar een aantal besprekingen te vinden zijn van korte verhalen. Besprekingen geven weer hoe iemand naar korte verhalen kijkt, wat de kracht van een verhaal is, waarom het verhaal zo hoog staat aangeschreven. Ik leer er veel van zo’n bespreking te lezen, ook iets over de schrijver: hoe hij of zij schrijft, welke thema hij gekozen heeft en iets van zijn schrijfstijl. Uiteindelijk is het mijn bedoeling dat ik zelf steeds meer zie in een verhaal en dat mijn smaak steeds meer beredeneerd, duidelijker en fijner wordt, dat ik steeds meer gereedschappen verzamel die ik voor hetgeen ik schrijven wil kan inzetten.

Een bijproduct is dat ik bepaalde kritiek van lezers beter kan vatten. Als een lezer zegt dat ik van de hak op de tak schrijf terwijl een deel van mijn verhaal monoloog is, dan komt dat omdat van de hak op de tak een van de kenmerken is van een intern monoloog. Dit soort inzichten hebben is het halve werk, het toepassen is het doen en zoals het verschil tussen theoretische idealen en de werkelijkheid, zit daar een kloof tussen die soms moeilijk te overbruggen is..

Edge Zero uitgave komt eraan

Na twee intensieve rondes jureren voor Edge Zero komt de vrucht hieruit te voorschijn als bundel met de beste genre-verhalen van 2016. Er waren meer goede tot zeer goede verhalen dan de twintig beste.

De twintig beste zijn verhalen die volgens alle criteria de beste zijn: ze zijn edgy, origineel, fris, zo geschreven dat je wilt verder lezen, zonder plotgaten en nog meer.

Ik vond het dit jaar nog steeds moeilijk om niet als schrijfcoach te lezen en te roepen hoe goed veel schrijvers dit of dat gedaan hebben in hun verhaal. Er zijn zoveel verhalen afgevallen die origineel of een sublieme schrijfstijl hebben of goed uitgedacht zijn. Het kiezen voor de meest sterke verhalen is voor mij niet het afkeuren van de andere verhalen.

Nu mijn eigen bundel bij een uitgever ligt is het wel leerzaam om in een jury te zitten. Het is aan de andere kant van de lijn staan en je moet kiezen. Opeens is een slordigheid in verhaaltechniek een reden om streng te zijn. Opeens zie je dat je een nog net niet af verhaal minder punten geeft. Of omdat een verhaal net ietsje te veel aanvoelt als een infodump. Allemaal dingen die blijkbaar in je nadeel kunnen werken, terwijl het verhaal op zich goed is. Deze inzichten remmen me wel bij het opzetten van een verhaal, maar zijn zeer behulpzaam bij het herschrijven.

De Edge Zero-uitgave zal beschikbaar zijn eind september of iets later als Wonderwaan-uitgave. De uitgaven van het jaar daarvoor zijn ook als pdf gratis down te loaden. Een aanrader voor liefhebbers van SF, fantasy of horror en een must voor wie het graag schrijft.