Oefeningen als je vastloopt

Schrijfcursussen doen het en je vindt ze in schrijfboeken, oefeningen waarmee je inspiratie weer op gang komt. Omdat ik nog steeds lijd aan de plotziekte, heb ik besloten zelf daarvoor een aantal oefeningen te ontwerpen die ik kan pakken als ik weer eens moeite heb een plot te verzinnen. Mijn uitgangspunt is wat ik weet uit mijn cursussen en schrijfboeken, alleen ontwerp ik zelf op maat een paar oefeningen zoals ik opdrachten verzin voor de wekelijkse schrijfopdracht van Schrijven Online. Ik heb al een paar vage ideeën hoe het eruit zal zien, nu alleen nog uitwerken.

Zoek je plafond en duw

 

Een creatief denkend kind doet er goed aan de frustratie van leren niet uit de weg te gaan, maar zijn plafond te onderzoeken. Je kent het wel, de stem die zegt dat iets niet goed genoeg is, dat je het toch niet kunt? Die stem maakt dat je een plafond ervaart. Als een clubbewaker, dubbelgespierd, duwt hij je naar beneden. Je blijft onder je plafond hangen en groeit niet verder.

Vallen en opstaan

Ook schrijvers van korte verhalen kunnen tegengehouden worden door het gevoel dat je nu eenmaal niet beter kunt dan wat je al doet. Dat gevoel kan lijken op een intimiderende hindernis vol verhalen ter bevestiging; vanaf hoe je stuntelig leerde kruipen, een slecht cijfer voor een schrijfwerkje kreeg, tot aan het oneens zijn met een professor hoe je je scriptie schreef. Bij leren schrijven is het niet anders, eerst komt het kruipwerk, pas veel later komt iets in beeld dat publicabel is, een weg vol krenkingen. De stem van een leraar kan je tegenhouden hebben, misschien werd je zelfs uitgelachen. Achter ieder succes ligt een berg verhalen van vallen en opstaan, ook als het gemakkelijk lijkt te gaan. J. K. Rowling kreeg zo’n tiental afwijzingen voor ze werd gepubliceerd door een uitgever. King kreeg er honderden en prikte ze aan een balk boven zijn bed.

Breek door

We ervaren een plafond, omdat psychologen eerst uitgingen van een vaststaand IQ en niet van een variabele die je door oefenen, leren en ontwikkelen kunt bouwen. Feuerstein toonde aan in onderzoek dat dit te herzien is. Je verbale IQ, dat je gebruikt voor verwoorden, en je performale IQ, die je gebruikt voor plotten, kun je trainen. Je blijft niet ‘dat slechte cijfer voor schrijven’.  Je bent niet de afwijzing van jouw verhaal in een tijdschrift. We kunnen ons steeds verder ontwikkelen. Eerste vereiste is willen.

Show-don’t-tell

Manieren om je niet neer te leggen bij jouw plafond – zelfs als je al gevorderd bent – is het volgen van cursussen, zoeken van schrijfbegeleiding, leren van een redacteur, masterclasses, schrijfboeken en literaire tijdschriften lezen. Vergeet daarbij niet jouw denken en levenservaring mee te laten groeien. Zelf weet ik het een en ’t ander van show-don’t-tell, heb ermee geworsteld, er veel over gelezen. Toch ga ik de masterclass van Naakte Lunch volgen daaromtrent omdat ik nog niet helemaal tevreden ben over hoe ik mijn verhalen dit principe toepas. Ik zal, eigenwijs als ik ben als vrije autodidact, mijn eigen show-don’t-tell invulling proberen te ontwikkelen. Natuurlijk zal ik daarbij mijn plafond trotseren. Ik wil bij Naakte Lunch bloggen over hoe ik dat aanpak.

Tot slot: een opdracht

Probeer eens waardering te geven aan een schrijver van een kort verhaal. Ik heb zelf via haar uitgever aan Marga Minco een bespreking van een kortverhaal opgestuurd, aangemoedigd door een schrijfdocente. Ik kreeg geen antwoord van de oude dame, maar het voelde goed dit te doen en het helpt het schrijven van korte verhalen serieus te nemen als volwaardig onderdeel van de literatuur. Het gaf me ook het gevoel dat ik mijzelf mag overtreffen en niet op een bepaald punt hoef te blijven hangen. Ervaar zelf eens wat het met je doet. Kies een (favoriet) kortverhaal en schrijf een e-mail naar de uitgever of redactie voor de schrijver. Verwacht geen antwoord maar onderzoek wat voor gevoel het bij je oproept.

Blogpost eerder verschenen op 11 november 2016 bij Literair Tijdschrift Naakte Lunch.

 

Dagboekschrijven

Dagboekschrijven is voor mij een manier om thema’s te vinden die mij het meeste bezighouden, waar ik het sterkste gevoel bij heb. Niet zelden ontstaat een gedicht of verhaal doordat ik bij het dagboekschrijven iets constateer, al dan niet op reactie op nieuws of wat me bezighoudt. Eerst schrijf ik op wat me dwarszit, wat ik voel en kom op het spoor van remmende of hinderende zaken. Al oplossend schrijf ik verder waarna een soort opgeruimd gevoel komt. Hierna word ik vaak creatief. Sta ik weer open voor thema’s van buitenaf.

Ik ben begonnen met dagboekschrijven om mijn gevoel een plek te geven, om grote kwesties in mijn leven onder woorden te brengen. Om het hanteerbaar te maken. Daarna ben ik overgegaan op creatief schrijven en het schrijven van korte verhalen. Als ik te veel creatief schrijf, dan merk ik na een tijdje dat ik onvoldoende mijn eigen gevoelens onder ogen heb gezien. Besef ik dit, dan begin ik weer te dagboekschrijven en mijn gevoelens te onderzoeken. Dit geeft dan soms weer materiaal voor mijn verhalen of het maakt de weg vrij voor nieuwe gedachten. In ieder geval lucht het op om naast creatief schrijven ook stil te staan bij mezelf.

Filosofieboeken leveren ook inzichten op die ik in mijn dagboekschrijven vrij kan verkennen. In hoeverre ben ik het eens met wat ik lees, hoe kan ik het toepassen op mijn leven? Uiteindelijk vindt het dan zijn weg in mijn verhalen. Soms in een enkele opmerking.

In mijn dagboeken lees ik weleens herhalingen, vooral als het om gevoel gaat. Dat duurt zolang als het duurt, ook als ik opruim. Dat is zoals het is. Er komen wel inzichten uit voort.

Lezen: Annette van ‘t Hull

Nieuw: ik ga sporadisch een paar bundels met korte verhalen bespreken, om er lering uit te trekken en als voorbeeld. De eerste is Grote meisjes van Annette van ‘t Hull.

Het eerste dat opvalt bij deze bundel is de sublieme balans tussen beschrijving, intern monoloog en handeling. Annette schrijft evenwichtig en haar schrijfstem is door de hele bundel gelijk. De toon is licht ironisch, kalm. De verhalen zijn licht absurd maar komen geloofwaardig over, worden verteld als waar gebeurd met details waardoor je het voor je ziet alsof je er bent. Ook de verhalen in het buitenland geven een beeld van de omgeving, met precies zoveel beschrijving als je nodig hebt als lezer om het gevoel te hebben het voor je te zien maar ook niet te veel. De verhalen haperen nergens, ze zijn origineel met goed gevonden details. De spanning wordt opgeroepen door vragen die in mij opkomen, vooral vanwege de personages. Voor schrijvers van korte verhalen een aanrader, vooral als je je afvraagt hoe balans in je verhaal te vinden op een subtiele manier.

Opdracht:

Pak een bladzijde van een van jouw korte verhalen en een pagina van Grote meisjes en leg ze naast elkaar. Welke verschillen vallen jou op op het gebied van beschrijvingen, handelingen en innerlijk monoloog?