Het belang van waarheid

Bij het schrijven is waarheid belangrijk volgens John Gardner in ‘De kunst van het schrijven’. Op gegeven moment was ik dermate met schrijftechniek bezig, dat ik niet meer bezig was met de waarheid schrijven. Maar wat is de waarheid? Sommigen denken dat er meerdere waarheden zijn. Ik ben het daar niet mee eens, maar hoe ik naar het leven kijk, met al mijn ervaring, die ik verteerd heb, met al mijn wijsheid, die door dat verteren is ontstaan, kleurt mijn tekst onherroepelijk. En dan ontdek ik dat ik iets geschreven heb doordat ik staarde naar techniek, waar ik eigenlijk niet lang genoeg over nagedacht heb en wat in tegenspraak is met wat ik denk dat waar is. Dan verander ik het zodat het weer klopt. Niet alleen geloofwaardigheid speelt een rol (al is een onbetrouwbare verteller interessant) maar ook dat ik zelf achter een verhaal kan staan. Ik wil staan achter mijn premisse.

plezier en lef

Het meeste plezier krijg ik met schrijven als ik durf. Als ik bijvoorbeeld een personage grappig durf te laten zijn en zich aan laat stellen. Ik moet daarbij zeggen dat Tja en Dana (van facebook) met hun grappige plotwendingen mij hebben geholpen met mijn ‘plotziekte’ door te zien hoe zij hun goede portie lef in verhalen durven op te schrijven. Vaak lees ik lachend hun verhalen. Ik wil niet kopiëren, maar houd gewoon mijn eigen stijl. Ik schreef zo vaak verhalen zonder plot maar vanuit een interessante situatie. Nu gebeurt er dus iets. Vandaag schreef ik een kort verhaal voor de eco-wedstrijd van Partizan Publik. Ik weet niet of ze het wel zullen appreciëren. Ik ben kort van stof maar mijn ding is welbespraakt. En dit keer heb ik een begin dat wakker schudt.

Toch genomineerd

De uitslag van de Baarnse Literatuurprijs liet op zich wachten. De vertraging door problemen met de techniek voor het inzenden was een week. Dus een week leek me ook logisch als vertraging voor de jury. Om onbekende reden kwam daar dus een week bovenop. Vanmorgen kreeg ik een bericht van een vriendin dat ze het verlossende woord had gekregen. Ik keek snel in mijn postvak, maar er was alleen bericht van de tandarts. Ik kreeg van een schrijfvriend een antwoord op een privéboodschap. Weer keek ik tevergeefs naar mijn mail. Dan maar schrijven aan een ander kort verhaal. Dat bleek niet bewaard en hoe je een niet opgeslagen document weer tevoorschijn tovert heb ik niet onthouden, dus voor ik aan het schrijven was ging er weer tijd voorbij. Mijn man nodigde mij uit om in de tuin te gaan werken. Ik dacht, nu ja, ik kan het net zo goed doen. In de pauze zag ik weer niets. Ik kreeg het bange vermoeden dat er iets mis was gegaan met het opsturen en stuurde zelf een e-mail terug. Uiteindelijk ging ik boodschappen doen. Eenmaal terug liet ik het los en speelde een potje patience. Er kwam bericht: ik ben genomineerd!

De essay-verteller

In ‘de kunst van het schrijven’ lees ik over de essay-verteller die anders is dan de alwetende verteller. Maar er wordt geen duidelijke uitleg gegeven over deze verteller. De alwetende verteller zou in zwang zijn geraakt door een levensovertuiging dat er een alwetende observator is die vanuit de hemel alles beschouwt en dat die grammaticaal correct spreekt en waardig is. Het is op zijn minst merkwaardig dat men nu deze observator vaak als onbetrouwbaar zich wil voorstellen, bedenk ik me, want wat voor levensbeschouwing past daar bij? Of is het slechts kritiek op de hemel die we ons denken te veroorloven? Maar dit terzijde. De essay-verteller vind ik interessant omdat de observator zowel een persoonlijkheid heeft als analyseert en tentatief kan zijn. Hoe je dat in een kort verhaal kunt bewerkstelligen is echter een vraagteken voor mij. Ik heb er slechts een vage notie van en ik hoop dat het resultaat niet rommelig wordt.

Wachten op de uitslag

De uitslag van de Baarnse Literatuur Prijs laat op zich wachten. De uitslag zou in week 28 komen, maar week 29 vloog voorbij en nog steeds geen e-mail in mijn postvakje. Hoe ga ik om met het wachten? Ik maak met mezelf een afspraak dat ik einde week 30 een e-mail mag sturen om te informeren. Een keer was mijn e-mailadres bij de organisatie kwijt. Veel vaker loopt een wedstrijd vertraging op. Mezelf afleiden is een goede strategie. Als ik echter geen zin heb om te schrijven, kan ik ook een boek gaan lezen en niet schrijfgerelateerde dingen doen. Ik broed op een onderwerp en een bepaald perspectief dat ik spannend vind. Zal het mij lukken om met dat perspectief een verhaal te schrijven? Misschien moet ik eerst een kort stuk uitproberen of een boek zien te vinden waarin de verteller dat perspectief gebruikt om te zien hoe het werkt. Nog steeds vind ik het leuk om technieken uit te proberen. Ik heb een spannende vorm voor een boek in mijn hoofd. Maar soms strandt zoiets als ik blokkeer tijdens de uitvoering. Het leek me een goed idee maar in de praktijk lukt het me niet om het zo te krijgen zoals ik het voor ogen heb. Dan zou ik natuurlijk eerst een opzet moeten schrijven en niet meteen op het einddoel moeten willen afstevenen.

Zoeken naar de eigen stem (2)

Zoeken naar de eigen stem is meer dan techniek uitproberen. Eenmaal gespeeld met techniek, rest de kwestie van smaak. Als ik de vergelijking maak met koken, kun je een hamburger bakken volgens een recept, maar je kunt ook iets nieuws bedenken en vrij handelen met de kennis van koken die je op dat moment hebt. Je kunt zelfs een nieuwe manier van koken uitproberen waarover je niets weet. Misschien is dat de aantrekkingskracht van de huidige barbecuerage. Experimenteren met whiskey houtsnippers. Een waterpan in het rookvat ophangen. Langzamer koken. Ander vlees gebruiken of andere kruiden. Je weet dan niet van te voren wat voor smaak dit oplevert. Maar niet getreurd, anders dan bij koken kun je woorden weghalen en weer toevoegen zonder dat het aanbrandt.

Ik vraag me af of ik wel een constante stem heb. Ik probeerde een ander genre en ontdekte dat mijn stem veranderde. Ik vertelde in kinderlijke stem een verhaal aan kinderen. De proeflezers bevestigden dit. Ik had het gevoel dat ik mijn stem was kwijtgeraakt doordat ik zo worstelde met het genre. Ik vond het verhaal leuk, maar mijn stem was niet naar mijn smaak. Doordat het genre al mijn aandacht in beslag neemt, merk ik dat ik een kinderlijke stem aanneem alsof ik ‘s avonds uit Pluk van de Petteflet voorlees. In een ander verhaal begon ik heel bloemrijk te vertellen. Het verhaal ging letterlijk over het pluche over stoelen. Het gevolg was verwarring over wat mijn eigen stem nu is. Dit komt omdat ik mezelf zie als een constante verteller, terwijl ik een variëteit van vertellers ben, al naar gelang de context, zoals een mens niet maar één rol vervult maar meerdere. De persoonlijkheid past zich aan aan verschillende mensen en rollen. Bij een plechtigheid ben ik formeler, bij een feestje luchtig. Er zit rek in, toch kan ik ook een grens trekken. Ik probeer uit, maar niet alles smaakt mij. Ik zal geen koeienogen eten.

Onzeker over je eigen stijl

Onzeker zijn over je schrijfstijl is niet alleen een kwestie van kunde, het is ook een emotioneel probleem. Emoties en leven horen bij elkaar. Ook als je schrijft kom je jezelf tegen. Onzekerheid, angst, blijdschap… Het komt op je pad terwijl je rustig aan het werk wilde gaan. Onzekerheid over je schrijfstijl is een obstakel, maar kan ook heel goed motiveren. Het kan je aanzetten tot beter je best doen. Maar het is ook onzekerheid over smaak. Alles hangt ook af van hoe je wilt overkomen. Heb je een goede smaak? Ben je goed zoals je bent? Word je geliefd? Ben je bang voor kritiek? Het valt niet mee als je gevoelig bent (en daardoor juist gevoelig zou kunnen schrijven) en kritiek krijgt. Besef dat jouw stem uniek is en dat er altijd iemand van je zal houden en dat er altijd iemand zal zijn die je stem niet waardeert. Dat zegt iets over de ander. Want gegeven het feit dat we allemaal waardevol zijn, is iedere manier van schrijven waardevol. Goed, ik houd persoonlijk niet van gemeen, maar een gemene personage kan mij boeien. Er is dus een onderscheid tussen je eigen stem die sowieso waarde heeft en de waardering van de schrijfstijl van een verhaal voor een wedstrijd. Je bent altijd van waarde, wat je ook schrijft, maar als je wilt winnen gaat het er niet om of je van waarde bent maar of jouw schrijfstijl gewaardeerd wordt door de jury. Als je schrijfstijl wordt bekritiseerd, ben je dus niet minder waardevol als mens. Misschien, in een ideale wereld, worden lezers en schrijvers hoogstpersoonlijk via middelen aan elkaar gekoppeld en krijg je altijd lezers die jouw unieke schrijfstijl waarderen, hoe je ook schrijft.