Leren van de meesters

Op Schrijven Online gaf ik deze week opdracht in de boekenkast op zoek te gaan naar een zin van de favoriete schrijver en daarmee een verhaal te beginnen. De bedoeling was om het verhaal in de schrijfstijl van de geliefde auteur voort te zetten. Er kwam een vraag op van een schrijfvriendin, die mij bezorgd overkwam, wat het effect is op jouw schrijfstijl als je schrijft volgens de schrijfstijl van een ander. Om dit te beantwoorden, denk ik aan Stephen King’s schrijfboek en zijn uitleg over schrijfgereedschap. Ik hoef niet bang te zijn mijn schrijfstijl kwijt te raken als ik niet gereedschap erbij koop. Natuurlijk worden we beïnvloed door wat we lezen van een ander. Wat gebeurt is dat we kunnen kiezen uit meer stijlen. Dat is heel handig. Je kunt per verhaal of per personage een andere stem gebruiken. In de Kunst van het Schrijven van John Gardner wordt bijvoorbeeld de essay-verteller uitgelegd: die kan een pastoor zijn of een doorgewinterde communist zijn die het verhaal vertelt. Automatisch schrijf je het verhaal met een andere woordenkeuze dan je zelf zou doen. Ik heb weleens een gedicht geschreven met zo’n geleende stem. Een succesvol gedicht. Als je zeer tevreden bent met je eigenheid, je eigen stem, kun je je afvragen waarom het goed zou zijn om te oefenen met een andere stem te schrijven dan de jouwe. Niemand verplicht je om het te doen. Het kan zijn dat je merkt dat je een klein beetje verandert of helemaal niet. Het is een oefening, naast dat het leuk is, vergroot het je mogelijkheden om uit te kiezen, niet meer en niet minder.

Voor mijn vriendin ben ik op zoek gegaan op internet en kwam op Stylene. Een programma dat ik al kende jaren geleden. Je kunt er jouw verhaal invoeren (of een stuk van een langer verhaal), en de computer berekent wat voor schrijver je bent. Ik deed dit net en er kwam uit dat ik literair geschreven heb in mijn laatste verhaal en dat mijn woordgebruik lijkt op Remco Campert en net iets meer vrouwelijk dan mannelijk schrijf. Mijn schrijfstijl was een paar jaar geleden zoals Annelies Verbeke. Veel plezier met jouw eigen schrijfsels invoeren. Wat komt er bij jou uit?

Voorbereiden voor schrijven essay

In de vorige post kondigde ik de schrijfwedstrijd van nY aan, een essay schrijfwedstrijd. Vandaag ben ik begonnen met schrijven. Niet een eerste versie, maar allerlei ideeën die zoal in mij opkomen, met de hoop op een idee dat briljant is. Ik ga allerlei wegen in, ik onderzoek wat ik denk. Ik probeer verder te denken. Ik vermijd geen rare associaties. De tekst begon met een mooie opbouw maar wordt steeds meer een lijst uitroepen, titels, vragen. Nog steeds heb ik niet de kerngedachte te pakken, of die moet na herlezen blijken. Dit is voorwerk. Als ik even zit, krijg ik weer tien gedachten over het onderwerp. Bijna ben ik iets op het spoor.

Schrijfdag Schrijven Magazine

De schrijfdag gisteren verliet ik met een berg inspiratie, zowel letterlijk (twee tassen vol boeken en tijdschriften) als figuurlijk gevuld met ideeën en antwoorden. Veel om verder over na te denken en boeiende oefeningen.

Een speeddate met de uitgever verliep heel ontspannen. Ik kreeg antwoorden op vragen waar ik mee zat over de te nemen koers, welke uitgevers ik daarna mogelijk zou kunnen benaderen, in de wetenschap dat ik de juiste koers vaar. Nog steeds is mijn schrijven in ontwikkeling en ik kan zelf kiezen of ik mijn boek herschrijf of laat rusten. De weg van schrijfwedstrijden kan ik verruilen voor de weg van publiceren.

Mijn strategie die ik in deze blog deel is er één van de velen. Ik hoorde ook andere wegen tijdens de workshop van Alice. Daar vertelde een vrouw dat ze alleen schreef voor haar familie, maar dit wel zo goed mogelijk wilde doen. Er zijn er ook die kiezen voor een coach of voor een academie.

Geert Kimpen, Geertje Kouwenberg en Nienke Pool hebben schrijfvuur in gemeen. Ze geven ongeremd aan andere schrijvers enthousiasme en spirit. Die slaat over, ik raak in mijn element als ik naar ze luister en ze zie.

Zittend achter mijn computer heb ik veel contact met andere schrijvers, maar als je elkaar echt ontmoet is het toch wel heel fijn anders. Het voelt als thuiskomen en een bevestiging van de liefde voor schrijven.

Er valt zoveel te vertellen over deze dag. Het meeste zal nog lang doorwerken en helpen om keuzes te maken.

Genomineerd verhaal Baarnse Literatuurprijs gevolgd door juryrapport

Code Oranje

 

14:35 uur. Ook de kinderarts Chung Wia weet niet waarom Bram telkens in elkaar zakt. Ik registreer wat de arts zegt. In een crisis maak ik mentale notities, mijn houvast: bloedtest, CT-scan, neurologische tests, bloedwaardes, hartslag- ik voelt mijn hart in mijn keel bonzen. Ik ben niet ziek, mijn zoon is ziek. Mijn lieve zoon…

Mijn pieper gaat af. Code oranje, juist nu. Liever stond ik oog in oog met een belager. Daar ben ik op getraind. Deze aanval zag ik niet aankomen. De onzichtbare opponent waar ik geen strategie of vechttechniek op los kan laten grijpt me naar de keel.

14: 38 uur. Dr. Chung Wia luistert met de stethoscoop naar het hart van Bram. ‘Je hartslag is te snel en je ziet bleek.’ Ze belt even. Wat ze zegt ontgaat me. Ik kijk naar Bram en denk aan de Code oranje. Niet nu! Ik heb zin om te rennen achter een grijpbare vijand en tegelijkertijd wil ik de hand van Bram vasthouden. Ik kan hem uit vijandig gebied op mijn rug dragen maar hiertegen…

‘Mevrouw Dijkstal, houdt u er rekening mee dat Bram hier zal blijven slapen. Ik wil onderzoek doen naar verschillende dingen. Om te vermijden dat hij steeds terug moet komen, wil ik hem hier houden.  Een ogenblik. Ik ga het nu voor u regelen. Ik ben zo terug.’

Ik ben meteen klaarwakker en in de startblokken, maar tegelijkertijd is het als een stomp in mijn maag. Ik glimlach geforceerd naar Bram. Hij geeft me een glimlach terug, maar zijn ogen staan droef.

14: 41 uur. Dr. Chung Wia staat op en loopt het kleine kamertje uit. Haar ruimzittende witte jas bobbelt op bij haar heupen.

14: 42 uur. Mijn pieper gaat weer af. ‘Bram, ik ga papa bellen. Hij zal zo wel komen, want ik heb een oproep gekregen om het rijksmuseum te bewaken.’ Ik zeg niet tegen een nieuwe aanslag van terroristen, want ik wil hem niet ongerust maken. ‘Ik hoop dat hij niet in de file terechtkomt.’ Ik bel. De telefoon gaat een paar keer over. Bram zwijgt, staart voor zich uit, is zo stil dat het pijnlijk is.

14: 44 uur. ‘Schat, mijn verlof is ingetrokken. Ik moet nu naar het werk en Bram moet hier blijven slapen. Neem zijn pyjama, tandenborstel en laptop mee. Pak maar een schone pyjama uit de kast. En vergeet je scheerspullen niet. Het is niet anders.’

14: 45 uur. De arts praat op de gang. Haar stem heeft een plezierige klank. Ik probeer me voor te stellen hoe de dag gaat verlopen. Ik verdedig het museum, de kunst, onze manier van leven. De arts, mag ik haar Chung noemen, verdedigt het leven van mijn zoon. Durft Chung niet te zeggen dat ze aan kanker denkt? Op zijn vroegst is mijn man hier over twintig minuten. Waar blijft de arts?

14: 55 uur. Bram kucht. Zijn schouders hangen slap naar beneden. De arts komt binnen. ‘Volgt u mij naar de verpleegafdeling.’

‘Mijn man komt zo.’

‘Ik zal bij de balie zeggen waar we zijn.’

De kille gangen zijn opgevrolijkt met zeegezichten. We lopen langs een recreatieruimte met speelgoed, tafels, een televisie. Bram kijkt weg. Het wit in zijn gezicht ziet wat grauw.

14: 58 uur. Nog hoeveel minuten? Het bed wordt opgemaakt. Bram staat naast het bed, een beetje in elkaar gedoken. Hij kijkt naar het bed. De lakens worden efficiënt strakgetrokken. De deken volgt. Eindelijk kan hij gaan liggen.

15:10 uur. Ik kus mijn kind, let op de deur. Ik durf mijn zoon niet alleen te laten, ook al is hij omringd door verpleegsters. Wat als ik de deur uitloop, de gang doorga en de trappen neem naar de uitgang? Mijn zoon alleen zit in de kamer, van zijn stoel valt zonder iemand om hem heen om hem op te vangen? Zal ik een bericht sturen dat ik vast zit in het ziekenhuis?

De kindertekening aan de wand van een lachende olifant geeft geen antwoord. Getekend door Danny, jonger dan Bram. Zou hij nog leven? Was zijn moeder de hele tijd bij hem?

Achter het raam zie je de dijk met schapen. Daarachter is de zee, onttrokken aan het oog. De dijk als bescherming, de dijk als grens. De makke schapen weten niet van ziekte en oorlog. Ze weten niet van beschermen. Ze weten van koud en warmte. De deur gaat open. Ik draai me om.

‘Schat, je kunt gaan. Ik ben er.’

15:15 uur. Ik kus mijn man en loop met ferme passen door de gang, de onzichtbare vijand achter me latend.

 Juryrapport

Een heel aardig verhaal en apart qua opbouw, al is het daardoor wel wat fragmentarisch geworden. Aardige beeldspraak en de korte zinnen onderstrepen de spanning. Soms is het niet zo duidelijk. De oproep kon ook verbonden worden aan de oproep van de arts, maar dat is niet gebeurd.

Op een dag…

Op een dag, na geploeter, falen en toch doorgaan, na onderzoeken wat ik minder goed kan en wat beter, na een cursus en een masterclass, veel oefenen, honderden verhalen, krijg ik bericht van een literair tijdschrift dat ik exact het verhaal geschreven heb dat ze willen publiceren. Een kwestie van doorgaan waar ik de neiging heb op te geven. Geen genoegen nemen met een minder verhaal. Eerlijk gezegd was de redacteur streng en maande me te herschrijven en niet te snel tevreden te zijn. Ze wees me op specifieke zwakheden in het verhaal. Gelukkig maar.

Ik verschijn binnenkort in Naakte Lunch.