Optreden en Nederlandse poëtica

In plaats van een monoloog of gedichten voordragen, heb ik bedacht dat ik een compilatie wil persen in de acht minuten die ik in juni mag vullen. Ik heb een lied geschreven en een paar teksten. Ik heb meer dan genoeg materiaal maar nu komt het schaven en stroomlijnen.

Lukt het het lied op tijd op muziek te zetten en het in te studeren? Tijdens de cursus lukte dat binnen een week, maar ik vind Engels gemakkelijker dan Nederlands vanwege de klinkers en de regels, die je niet zomaar naar de Nederlandse poëtica kunt vertalen. Ik ben spaarzaam met volrijm. In het Nederlands klinkt volrijm al snel als een Sinterklaasgedicht, terwijl het in het door Pat Pattisson stabiel gevonden wordt.

Er lijkt in Nederland een voorkeur te zijn voor halfrijm. Je kunt de theorie van Pat niet zomaar vertalen naar de Nederlandse situatie, denk ik. Volgens mij heeft Nederland een eigen poëtica ontwikkeld na de vijftigers. Halfrijm wordt niet als instabiel beschouwd (er hangt trouwens geen waardeoordeel aan in Amerika, het instabiele zou ruimte geven voor gevoel en wordt juist geschikt gevonden voor songs). Socrates in Het bestel pleit voor volrijm en harmonieuze klanken, maar ergens is men zich daartegen gaan afzetten, mogelijk toen men onder invloed van de tweede wereldoorlog het belang van emoties en de persoonlijke beleving is gaan inzien op breed maatschappelijk niveau.

Bij zinslengte geldt ook iets anders dan in Amerika. Hier heeft men voorkeur voor het schrijven van liedjes met dezelfde zinslengten, terwijl het daar gebruikelijk is om voor meer gevoel juist te variëren en Pat Pattisson reikt daarvoor een poëtica aan.

 

Schrijfcoach of verhaalchirurg

Als je al gevorderd bent kan er een punt komen dat proeflezen best nog zinvol is, maar je krijgt behoefte aan meer professionele feedback. Je kunt een schrijfopleiding doen, maar om wat voor reden ook – geld, moeite of tijd – ligt dat niet in de mogelijkheden. Dan kun je overwegen aan korte tekst(delen) te werken met een coach. Er is een grote variatie in coaches en het is dus zinvol rond te vragen wat voor feedback je zoekt en wie het beste past bij wat je schrijft. Als je ambieert literair te schrijven zal coaching door een schrijfdocent van een van de academies het meeste voor de hand liggen. Sta je nog aan het begin, dan heb je een wijdere keus en kun je met proeflezen, korte cursussen en coaches een heel eind komen. Coaching kan aardig veel geld kosten. Dat heeft zin als je inschat dat je al gevorderd bent, hoewel een beginner ook baat kan hebben bij een coach. Er zijn coaches die thrillers schrijven, die breed zijn, die aan een academie verbonden zijn. Zoek dat eerst uit voordat je een specialist in spanning inschakelt terwijl je liever een poëtisch verhaal schrijft, hoewel dat toch zinvol kan blijken te zijn geweest.

Ik ben nog niet toe aan een coach voor Fantasy of SF, omdat ik nog niet genoeg in deze genres heb geschreven, maar een absolute beginner ben ik ook weer niet. Daarom heb ik veel baat bij een verhaalchirurg van de Stichting ter bevordering van het Fantastische Genre, die dichterbij een echte coach staat dan bij een goede proeflezer.

Jureren

Dit is het derde jaar op rij dat ik jureer. Sinds de eerste keer heb ik mijn cursus korte verhalen schrijven afgerond, weer zo’n honderd korte verhalen geschreven, gepubliceerd in een literair blad, wat verdiepende cursussen gevolgd en nog meer.

Jureren is anders dan schrijfcoach zijn. Voor mij ligt het accent van coach zijn op het goede zien in een tekst, terwijl een jurylid let op het onderscheidende. De overeenkomst tussen jurylid en coach zijn is wel dat je let op waar de naaste ontwikkeling ligt. Als je ziet waar de groeimogelijkheid ligt van een specifieke schrijver zoals het naar voren komt in een specifiek verhaal, kun je het ook rangschikken of aangeven wat de volgende stap zou kunnen zijn.

Nature or nurture

Ook bij het schrijven speelt de vraag, nature of nurture? Nature zou het aanwezige talent zijn en nurture alles wat vormend is geweest: opleiding, scholing, ervaring, omgeving… Ik mis in deze equatie altijd de vrije wil, alsof je zelf machteloos allerlei invloeden ondergaat en een willoos personage bent gereduceerd tot hersengolven.

Talent zou een voorwaarde zijn om tot kunst te komen. Bij de Schrijfacademie wenst men kunst aan te leren. Er wordt dan ook gewerkt met een beperkt aantal leerlingen die ook aantoonbaar talent dienen te bezitten, door middel van ingestuurde teksten bij voorselectie. Het is niet ongebruikelijk om in de wetenschap creativiteit te meten met een uniek maaksel, in tegenstelling tot het IQ dat gemeten wordt met een standaard test. De Schrijfacademie heeft inmiddels haar sporen verdiend nu blijkt dat studenten in toenemende mate succes hebben en een uitgever vinden.

Weinig mensen behoren tot de top, de rest is echter geen willoos slachtoffer maar kan wel degelijk iets presteren. Laatst zag ik een oudere dame in de boekenwinkel die vol trots haar gedichtenbundel presenteerde. Er was vraag naar, hoewel bijna iedere zin de woorden ‘prachtig’ en ‘mooi’ bevatten. Een andere vrouw had een bundel met gedichten die behoorlijk veel herkenbare clichés bevatte maar gretig gelezen worden door haar omgeving, omdat ze woorden van troost en wijsheid bevatten. Beide doen het zonder schrijfopleiding en vinden toch een manier om gelezen te worden.

De Schrijfacademie is op dit moment niet haalbaar voor me, omdat het veel energie kost. Dat wil niet zeggen dat ik me niet meer verder ontwikkelen kan. In een gesprek in de tuin van de academie met een initiatiefneemster raadde die mij aan voor coaching te kiezen, gezien wat ik al gedaan heb. Mijn teksten voorleggen aan een goede coach en ermee aan de slag gaan. Want zoals Jan van Mersbergen (speeddaten Editio) zegt, hij kijkt alleen naar de tekst, niet naar de persoon.

Bevrijdingsdag Schrijfwedstrijd

Ieder jaar organiseert Editio naast de grote Debutantenwedstrijd ook een paar kleinere wedstrijden. Ditmaal met 250 tot 400 woorden over Bevrijdingsdag. Het mag zowel fictie als non-fictie zijn. Ik heb vanochtend een bijdrage geschreven van 400 woorden, waarbij ik probeerde de wenken uit Schrijven Magazine van Rob van Essen in acht te nemen. Die zijn echter best pittig, zo moet het verhaal het anekdotische ontstijgen en minstens twee personages bevatten. Wat vind jij, is dat gelukt? Graag je stem.

Nog even herschrijven met de verhalenchirurgen

Edge Zero (genreschrijfwedstrijd) accepteert verhalen sinds gisteren tot eind mei. Je mag een verhaal dat in 2017 deelnam aan een schrijfwedstrijd insturen.

Nog de tijd om een verhaal dat meegedaan heeft aan Fantastels te herschrijven aan de hand van het goede commentaar van de jury en door een verhalenchirurg te laten proeflezen. Ik wilde graag de verhalenchirurgen uitproberen en na een gesprek op de Schrijversvakschool ben ik over de streep getrokken.

Mijn ontwikkelingsproces zal voorlopig zijn met ervaren proeflezers / docenten / redacteuren aan losse verhalen werken, waarbij ik ‘het probleem’ dat ik gevonden heb dankzij hulp – toegegeven, ik was er een beetje blind voor – ga aanpakken.

Daarnaast ga ik nog steeds op zoek naar verbeterpunten, zoals ik tot nu toe gedaan heb. Je kunt er ook fragmenten naartoe sturen. Handig als je een probleem ziet met een verhaal(deel). Ik hoop dat juist de ervaren schrijvers die autodidact zijn hier hun voordeel mee doen. Helaas accepteren ze alleen genreverhalen.

Fantastels 2017

De laatste prijsuitreiking van Fantastels was gisteren en er zijn twee nieuwe prijzen in het leven geroepen die komend jaar van start zullen gaan, naast Edge Zero waar vanaf vandaag je verhalen die in 2017 aan een genreschrijfwedstrijd deelnamen naartoe kunt sturen.
Eveline Broekhuizen vertelde over het belang van de eindzin. Online is vaak weinig te vinden over de eindzin bij creatief schrijven. De meeste aandacht gaat naar de beginzin. Ze vond het toepasselijk om bij de laatste editie van Fantastels bij de eindzin stil te staan. Als voorbeeld gaf ze de eindzin van Hex (Thomas Olde Heuvelt), die veranderd is in de tweede editie van het boek na de Engelstalige uitgave. Een eindzin mag verontrusten, spanning hebben, iets toevoegen, zelfs een nieuw licht op het geheel werpen.
Ik voelde me met mijn 50 plus oud tussen de deelnemers, waarvan het intellect me beduidend hoger dan gemiddeld leek. In de bus ernaar toe las een deelnemer nog even snel een artikel over artificiële intelligentie. Dit kwam ook tot uiting in de verhalen die hoog scoorden.

Bijna had ik de Grijze duivenprijs gewonnen voor de oudste debutant. De oorkonde was al op mijn naam uitgeprint, toen ontdekt werd dat er toch iemand ouder was. Ik eindigde niet helemaal onderaan, en kreeg te horen dat mijn humor bij Django niet in de smaak viel. Het andere jurylid kon er wel om lachen. Er werden een paar zinnen uit mijn verhaal voorgelezen en gewaarschuwd dat korte verhalen à nog net geen 3000 woorden zelden winnen bij genre. Aan mijn schrijfstijl lag het niet. Het juryrapport dat je krijgt bij dergelijke wedstrijden is bijzonder waardevol, want je kunt er je verhaal mee herschrijven en alsnog kans maken elders of in een andere ronde.

Deze sympathieke wedstrijd zal gemist worden met de eveneens sympathieke Anaïd die de organisatielast hartelijk geroerd op haar schouders droeg.

Open dag Schrijversvakschool

Vorige week ben ik naar de Schrijversvakschool gegaan voor de open dag. Er was een proefles en je kon je tekst bij een schrijfdokter laten proeflezen.

De Schrijversvakschool heeft niet de intentie te groeien en daarom zijn ze selectief bij de aanname. Het is daarom goed eerlijk bij jezelf te rade te gaan of het bij je past. Het doen van een cursus vooraf wordt aangeraden. Heb je het in je kunst te maken van wat je schrijft? Heb je het in je de discipline en het tempo van de school aan te kunnen, naast een baan of een druk gezin?
Daarnaast, heb je het schoolgeld ervoor over? Dan kun je je aanmelden en hopen dat je geselecteerd wordt.

Op de open dag die ik bezocht had ik hetzelfde gevoel als bij een bezoek aan de kunstacademie. Een gedegen opleiding die klaarstoomt voor een carrière als kunstenaar, zonder zweverig of aanmatigend te zijn, vakkundig en mensgericht. Dit zie je ook terug aan de resultaten van leerlingen. Bij de kunstacademie wordt werk tentoongesteld van studenten (inspirerend trouwens), bij de Schrijversvakschool moet je weten wie student was van de bijdragen in literaire tijdschriften, literaire romans, essays, en valt op dat de kwaliteit daarvan uitstijgt boven ongeschoolden.

Als je de school niet volgt kun je je wel degelijk nog ontwikkelen, je doet het dan zonder de snelkookpan en uitstekende pittige kritiek van docenten. Een alternatief, als je ver gevorderd bent, is het inhuren van een coach die een paar verhalen van je leest en samen met je daaraan werkt.

Zondag Fantastels

Zondag is de prijsuitreiking van Fantastels. Op het nippertje is er een prijs bij gekomen waar ik kans op maak: de Grijze duivenprijs. Ik laat het aan je verbeelding over waarom ik daar kans op maak :). De eerste prijs zal wel naar de grote genreschrijvers gaan zoals Mike Jansen en Jaap Boekenstein, hoewel verrassingen nooit uitgesloten zijn. Een debutant kan verrassen, tenslotte. Je weet het maar niet. In ieder geval zal het de eerste genrewedstrijd zijn waar ik bij de uitreiking aanwezig zal zijn, niet om te winnen want ik ben bij genre maar een middenmootje en soms daaronder, maar omdat genreschrijvers erg collegiaal en aardig zijn en om de juryleden het hemd van het lijf te vragen, als er niet een te lange rij is met wachtenden, want dan babbel ik liever met de aanwezigen. Een juryrapport is bij veel genrewedstrijden gebruikelijk waardoor je weet waar je aan toe bent en eventueel een verhaal met kennis kunt herschrijven.

Overigens is genre (Fantasy, SF, horror en dergelijke) moeilijker dan het lijkt, omdat je vaak naast de gebruikelijke verhaalelementen ook een wereld bouwt, nieuwe regels inbrengt, het Fantastische of futuristische element verweeft in je verhaal. Deze verhalen worden dan ook weleens onderschat.

Open dag schrijversvakschool

Dit weekend ga ik naar de open dag van de schrijversvakschool samen met een schrijfvriendin die daar een opleiding volgt. Daar hoop ik ook vragen te kunnen stellen aan de docenten. Vaak ben ik jaloers op mijn schrijfvriendin, op de snelkookpan en de intensieve begeleiding met verdergaande kritiek – ook inhoudelijk – op verhalen, essays en gedichten. Soms ben ik ook niet jaloers, op het iedere week moeten inleveren, ook als het schrijven niet lukt en iets wat je goed vindt nog één keer herschreven moet worden. Maar meestal ben ik jaloers op deze stok achter de deur, op de kritiek van klasgenoten, op de hoge lat. Met ontzag kijk ik in het halfdonker bij Editio naar de andere studenten aan de school.

‘Maak je wel kans zonder opleiding op de Schrijversvakschool?’ vroeg ik aan Jan van Mersbergen tijdens de speeddates bij Editio. ‘Ja,’ antwoordde hij. ‘Ik kijk alleen naar de tekst, niet eens naar de begeleidende brief. Niet naar wie het geschreven heeft.’

Maar aan een tekst valt te zien of je je vak meester bent of niet, denk ik.