De Boekenweekwedstrijd Blues

Ook ik sta niet op de longlist van de boekenweekwedstrijd. Ik sta wel op de longlist van de A.L. Snijdersprijs, en als ik heel eerlijk ben kan ik niet verlangen om op beide te willen staan. Ik ben bang dat het ene het andere namelijk uitsluit. Er was een lange discussie op Schrijven Online waar ik me niet aan waagde over wat literatuur nu precies behelst. Ik denk dat er verschillende soorten literatuur bestaan en dat het vrij zinloos is om voor iedereen te willen schrijven. Hoogstens kun je voor een algemeen publiek schrijven, en dat betekent dat je voor voornamelijk vrouwen van bepaalde leeftijd schrijft, want die lezen het meeste. In het bestek van deze blog wil ik niet uiteenzetten welke genres er zijn, maar wel iets zeggen over soorten wedstrijden. Ook schrijfwedstrijden hebben een genre en dit ligt aan het beoogd publiek (een idee in het hoofd van de jury of organisatie), de geachte jury en ook wel de organisatie die de wedstrijd het leven in geroepen heeft. De boekenweekwedstrijd wil een zo breed mogelijk publiek bedienen, terwijl een literair tijdschrift zich onderscheidt. Dit veranderen zou eenheidsworst betekenen, wat niet past bij een samenleving die diversiteit hoog in het vaandel heeft. Zowel het brede publiek als het beknopte publiek hebben bestaansrecht. Niet iedereen leest Ulysses van James Joyce. Veel mensen lezen Kluun.

Ik denk dat mijn ingezonden verhaal niet iedereen boeide. Dat geeft niet. Het was een verhaal dat ik wilde vertellen, het is nu honderden keren gelezen en tientallen keren gedownload. Ik doe niet mee aan schrijfwedstrijden alleen om het winnen. Het levert me gepolijste verhalen op waar ik zelf tevreden over ben.

Niet ieder verhaal is een winnend verhaal. Ook bij de A.L. Snijdersprijs behaalde van mijn twee verhalen maar één de longlist. Later, bij een leesscan vond de redacteur dat mijn niet-gelongliste verhaal beter was dan mijn gelongliste.

Relativeren van winnen of verliezen is dus op zijn plaats. Ja, het is een heerlijk gevoel als je verhaal genomineerd is, eervol vermeld, op een longlist staat of zelfs wint. Het zegt iets over kwaliteit. Maar daarnaast heb je goed aangevoeld wat voor verhaal deze organisatie het beste vindt. Dat is erg lastig, want dat is bij iedere wedstrijd anders. Ik kan wel willen dat ik telkens mijn schrijfstijl en onderwerpen goed aanpas aan iedere wedstrijd, maar er tekent zich een patroon af in waar ik hoog eindig en waar laag. Net zoals er zich een patroon aftekent als je kijkt met wie ik omga. Ik kan proberen een allemansvriend te zijn, van alle markten thuis, maar uiteindelijk ben ik maar mezelf met mijn beperkingen.

Faalmoed en succeslef

Iedere maand zat ik ervoor, de blanco pagina. Dat is iets dat wellicht hoorde bij het schrijven van een column. Ik had het op mij genomen om iedere maand een pennenvrucht te verzenden, maar even danste het lege virtuele vel voor mijn ogen en was er een moment dat er niets stond, niet op het scherm, maar ook niet op mijn innerlijk scherm. Het is ook een metafoor voor jezelf laten zien. Eerst was er niets en als het er dan is, wat ga je laten zien van jezelf? Of dit nu een tekst is of een kunstwerk, een boek of een gesprek; het begint met een lege ruimte die je vullen mag. Je mag soms zelfs de vorm bepalen en soms de regels en daarmee kun je spelen. Soms wordt gevraagd een woord te schrijven in een kaart of in een gastenboek. Het valt mij op hoe bijdragen hierin erg op elkaar lijken als ik zo’n boek doorblader. Blijkbaar is het dan ook niet vanzelfsprekend een makkelijke opgave om iets uit jezelf te schrijven. Dit is een creatief proces, en creatieve processen kunnen bedreigd worden. Ze kunnen vooral worden bemoeilijkt door angst (bijvoorbeeld faalangst of succesangst). Bij faalangst krijg je bij voorbaat angst dat het schrijven gaat mislukken. Je klapt dicht, weet geen woord meer te verzinnen. Bij succesangst kan dit laatste ook gebeuren, maar dan ben je bang dat je het goed doet en dat je bijvoorbeeld op een podium lof zou ontvangen. Dit idee vind ik persoonlijk erg eng… En zie: de kans om succes te hebben is erg makkelijk klein te krijgen. Er zijn namelijk weinig talentenjachten zodat ik niet eens de moeite hoef te doen ze te ontwijken. Ter genezing doe ik soms mee aan een schrijfwedstrijd en de -zij het kleine- kans om te winnen is genoeg om mijn angst op een dragelijke manier te overwinnen. Je leest niet veel over succesangst. Blijkbaar is deze angst niet zo’n veel voorkomend of problematisch onderwerp. Ik zie dan iemand een gedicht in elkaar puzzelen en vervolgens weggooien want het was niks. Of in het geval van een portret op het laatste moment een kras erdoor!
Een creatieve uiting is jezelf laten zien van mogelijk je beste kant. Niet de blanco pagina verscheuren, maar de moed torsen om wankele stappen te doen in onbekende regionen. Je arm uit te strekken zonder garantie over de uitkomst. Het onderdeel lef is gelukkig iets dat je wel oefenen kunt. Bestaat faalmoed of succeslef? Meedoen aan een gedichtenwedstrijd en je best doen, ook als het in je gedachten niet is wat je goedkeuring vermag. Nog beter dan je best doen, en dan nog eens verbeteren. Je stuurt het op. Vooral als het wel goed genoeg is. Wat is jouw blanco pagina? Een te schrijven rapport? Een spreadsheet? Een uitvinding? Ik denk dat ik weer op zoek ga naar een wedstrijd… Of ik ga op zoek naar een oefening in moed.

Podiumvrees overwinnen

Een schrijver is niet onmiddellijk een podiumdier. Voorleeservaring doe je niet op als je schrijft, of wel?

Capslocspeak is een podium voor schrijvers, waar je gratis kunt optreden en een verhaal voorlezen. Je kunt er podiumervaring opdoen. Ik heb samen met Sigrid Lensink Damen gebrainstormd over wat we allemaal zouden kunnen voorlezen. Uiteindelijk hebben we deze brainstorm voorgelezen met veel plezier. Het is inspiratie ten top.

En ja, ik heb nog podiumervaring nodig maar ik woon zo ver van Rotterdam… Als jij dichterbij woont, ik kan het van harte aanbevelen. Je krijgt mooie foto’s voor op je blog of social media. En je oefent in een prettige omgeving met een fijn publiek om voor te lezen uit eigen werk. Een buitenkans.

Ingekeerde bloemknoppen

Follow my blog with Bloglovin

Bloemknoppen in mijn appelboom verbergen bloemen opdat ze zich veilig kunnen ontwikkelen. In de winter verlaten de dorpelingen hun kale wintertuinen en verblijven veel binnen in hun huizen. Er wordt gelezen en meer geslapen. Ze keren in de winter in zichzelf. Kinderen op school en wij als volwassenen in onze omgeving als we figuurlijk winter om ons heen voelen, kunnen ons terugtrekken uit de omgeving en in onszelf keren, en het kan lijken of we ons niet zichtbaar meer ontwikkelen. Dit geeft een perspectief op begrippen zoals introversie, terugtrekgedrag, vermijding. Ik ga niet tegenspreken dat introversie aangeboren is, maar wel belichten dat terugtrekgedrag een natuurlijke adaptatie is op een natuurlijk voorkomende situatie, zoals winter een natuurlijk voorkomend seizoen is en bloemknoppen een natuurlijke adaptatie. Het komt voor dat mensen in zichzelf keren als reactie op de omgeving die lijkt op een winter, met figuurlijk bar weer. Zou de ontwikkeling dan rustig verder gaan, maar dan aan het oog onttrokken in de hersenkronkels? Zou het leiden tot innerlijke vruchten? Wat betekent dit voor de schrijver? Dat een periode van schijnbare stilstand of terugtrekking een innerlijke groei of rijping aan het oog kan onttrekken. Wat stagnatie lijkt of writer’s block kan innerlijke groei betekenen. Het kan ook betekenen dat de buitenwereld niet gunstig is voor het creatief proces. Misschien beletten zorgen de schrijver om te schrijven? Dan komt de lente, de temperatuur stijgt en bloemknoppen springen open en bloesems worden overal zichtbaar. Mensen gaan meer buiten leven, werken in de tuin, wandelen, buiten aan projecten werken. In de schrijver ontstaat ruimte om anders te zijn en zichzelf te laten zien. Welke sfeer ik zelf nodig heb om mij ook zichtbaar te durven ontwikkelen? Wat maakt de omgeving tot een (figuurlijke) lente? Niet een te groot aantal mensen om mij heen, mensen die mij inspireren (een schrijfgroep, een schrijfcoach), op mij toegesneden taken (inspirerend verhaalidee), keuzemogelijkheden, opdrachten waarbij het creatief denken wordt aangesproken. Dan blijft het nog spannend zolang de nachtvorst kan toeslaan. De lente is een vrolijke tijd. De bloesems bloeien en worden druk door bijen bezocht. Gelukkig laat de nachtvorst zich niet zien. Nu is het wachten op de oogst.

Een vleugje mysterie

Na het schrijven van een verhaal voor een wedstrijd, vraag ik steeds om proeflezers op facebook. Het fijne daarvan is dat wie online is de oproep ziet en mogelijk ook even tijd heeft voor een zeer kort verhaal. Dan krijg je ook meestal snel antwoord terug. Je zou het een nadeel kunnen vinden als je veel proeflezers cadeau krijgt op deze manier, maar zo zie ik het niet. Vele ogen zien meer dan een paar ogen en ook verschillende dingen. Er zijn verschillen tussen proeflezers die ik graag ervaar als ik het commentaar lees. Het geeft me een idee over hoe toegankelijk ik het stuk geschreven heb, of het grappig is of flauw, of onduidelijk. Soms als ik schrijf weet ik het niet goed, of het overkomt. In mijn hoofd is het duidelijk, maar of het ook overkomt, vraag ik me af. Als die ene proeflezer met hersenletsel het kan volgen, ben ik duidelijk genoeg geweest. Ik houd ervan namelijk, dat er nog iets te raden valt. Een vleugje mysterie.

Dan heb ik het naar de proeflezers opgestuurd en wacht op hun commentaar. Ik hoop dat ze ondeugdelijke zinnen opsporen en al dat waar proeflezers goed in zijn.

Andere genre uitproberen

Het kan zomaar gebeuren dat er geen wedstrijden zijn in mijn genre. Mijn genre is het literaire kort verhaal, liefst het zeer korte verhaal. Dan zie ik een schrijfwedstrijd in een genre waarin ik nog nooit iets geschreven heb. Bijvoorbeeld Young Adult of Science Fiction. Waarom zou ik in een ander genre proberen te schrijven?

Ik zie niet onmiddellijk de voordelen van iets uit te proberen waar ik niet bedreven in ben. Waarom Salsa dansen als je Tango geoefend hebt? Omdat je zou kunnen ontdekken dat je er plezier aan beleeft. Omdat je je veelzijdig ontwikkelt als je verschillende stijlen uitprobeert. Omdat je je grenzen leert kennen en omdat het uitdagend is. Wie weet ligt daar een talent van je? Een nieuwe techniek kan van pas komen als je dan terugkomt bij je oorspronkelijke stijl. Net of je een reisje hebt gedaan naar een ander land en op nieuwe ideeën bent gekomen. Om beslagen ten ijs te komen kun je lezen over dat andere genre. Bijvoorbeeld een artikel op Schrijven Online over Young Adult.

Nemo de globalist?

Is het visje Nemo een globalist dat de wereld verovert ondanks de angst om zijn geboorteplaats te verlaten? Het lijkt erop, menige queeste heeft in zich de ontdekking van werelden ver weg. Ik lees op dit moment met mijn filosofieclub ‘Het kristalpaleis’ van Peter Sloterdijk, ook al word ik regelmatig opstandig van zijn gedachten en associaties, het boek bevat inspirerende en originele gedachten die mij uit mijn cocoon halen en me anders doen denken en verrijkt doen terugkomen op waar ik ook alweer stond. Als je schrijft kun je anderen herhalen en thuisblijven zowel inhoudelijk als met de vorm waarin je schrijft. Je kunt ook zoals Nemo de stoute schoenen aantrekken en buiten je comfortzone treden. Dat levert spannende onverwachte teksten op, die soms moeilijk leesbaar zijn. Soms verhelp ik dit met een zinnetje hier en een woord daar. Dan verandert een onleesbare reeks mijmeringen in een begrijpelijk iets. Frisheid is zo’n schat die je kunt vinden door buiten kaders te treden. Maar thuis blijven is net zo goed een uitdaging.