Een tip van Odile de schrijfcoach

Ik ga ook eigen tips herhalen die ik gaf op de schrijfdag, waarom niet.

Blokkeren is een signaal van een zwakke plek. In plaats van je te laten stoppen kun je twee dingen doen: er omheen schrijven of het aanpakken door er gericht aan te werken. Zoek een cursus die deze plek aanpakt, een schrijfboek of een coach, schrijfvriendin voor mijn part.

Als bij een uitgever werd uitgenodigd, en daarna alsnog wordt afgewezen, ben je er bijna. Geef niet op maar wees juist blij. Je bent al zover gekomen klinkt veel beter dan ‘wat een ramp’. Wees blij en neem volgende stappen. Redacteuren geven als tip samen te werken met de juiste schrijfcoach. Literair voor literaire manuscripten, young adult voor young adult, enzovoort. Het is wat uitzoekwerk om de juiste begeleiding te vinden om de puntjes op de i te zetten en geen garantie dat het daarna alsnog lukt, maar aan jou ligt het zeker niet als je alle stappen neemt. Je kunt ook een auteur benaderen of die een woordje voor je kan doen bij een uitgever.

Schrijf je een waar gebeurd verhaal over je vader en ben je al over de tachtig, schrijf dan zoveel mogelijk op zonder je zorgen te maken of het wel goed geschreven is. Dat komt later wel. Jouw doel is het verhaal doorgeven. Publiceren is een zorg voor daarna. Desnoods laat je je familie jouw verhaal publiceren. Zorg eerst maar dat al dat ruwe materiaal er is. Dat heeft het grootste belang.

 

Advertisements

10 dingen die je niet moet zeggen

In Amerika leg je een manuscript voor aan een literair agent en in Nederland in toenemende mate ook. Uit een artikel van Writer’s relief heb ik 10 dingen vertaald die je niet in de query ‘mag’ schrijven. Ik vraag me af of dit ook zo werkt in Nederland. Wie weet het?

  1. Het einde van het boek – in Nederland heb ik steeds gelezen dat het juist wel verteld moet worden.
  2. De leeftijd wanneer je bent begonnen met schrijven – hier kan ik me wel iets bij voorstellen. Alleen als dit een bijzonder verhaal is vermelden.
  3. Het feit dat je met een freelance redacteur gewerkt hebt – oeps, heb ik dit nu wel of niet vermeld? Dan zal ik moeten uitleggen dat ik bijna alles zelf geschreven heb.
  4. Online quotes van terloopse lezers – in plaats van quotes van niet professionele lezers te delen, kun je beter cijfers geven: 500 vijfsterren recensies op Hebban (wie heeft er in Nederland ooit zoveel?)
  5. Voormalige teleurstellingen – slechte ervaringen in het verleden kun je beter bewaren voor een gesprek, liever zo laat mogelijk.
  6. Teveel info in een biografie – Oeps, ik hoop dat dat mij vergeven wordt.
  7. Thema’s en zorgen – sommige schrijvers kauwen het boek voor aan literair agenten, alsof ze het nodig hebben dat de thema’s nog eens worden aangewezen.
  8. Verontschuldigingen en excuses – ook iets dat kan klinken als een verontschuldiging weglaten.
  9. Loftrompet over je boek – … duh…
  10. Povere vergelijking met andere boeken – vergelijken kan goed zijn maar niet als je de plank misslaat. Weet wat je doet.

1 schrijfdag, maanden inspiratie

Voor wie benieuwd is naar de lezing van Jelte Nieuwenhuis, hij staat integraal online, met meer uitleg wat hij verstaat onder de-automatisering (en nee, het betekent niet stoppen met Scifi). Alleen al door zijn toespraak kreeg ik een paar originele verhaalideeën voor korte verhalen. Wie weet jij ook?

Ik kan ook aanraden op de site van Lidewijde Paris te kijken en je te abonneren op haar nieuwsbrief.

Bij Querido is schrijfstijl het belangrijkste, aldus Josje Kraamer. Nog steeds geeft Querido negen gedichtenbundels per jaar uit. Aan de hand van het uitgeefverhaal van Jente (debutante) kregen we inzicht in het uitgeefproces. Het belang van doorverwezen worden door een auteur, schrijfschool of literair agent werd weer onderstreept. Josje Kraamer investeert veel tijd in een debutant, maar Querido heeft maar weinig ruimte voor debutanten. Er debuteren per jaar maar één of twee. Dit betekent dat je schrijfstijl top moet zijn.

Wat de subtop kan doen, vraag ik me dan af. Sleutelen aan zichzelf door middel van een schrijfvakschool terwijl je op zoek gaat naar je stem en het perfecte verhaal? Leven zodat je een levensecht verhaal hebt te vertellen en tegelijkertijd je schrijfstijl polijsten? Een kleinere uitgever benaderen en netwerken? Mijn conclusie is dat het pad grillig blijft voor de meesten van ons en dat er meerdere kanalen zijn, dat je niet ontkomt aan je laten meten en daar je conclusies uit trekken en stappen uit laten volgen.

Een oudere schrandere dame van over de tachtig beroerde me. Ze kwam naast me zitten en we raakten in gesprek. Ze wil het verhaal van haar vader opschrijven. Daarom was ze op de schrijfdag gekomen. Ik zei haar nergens op te letten en gewoon alles op te  schrijven wat ze nog weet, (voor al die mooie ware verhalen verloren gaan, dacht ik). Daarna kan ze de zinnen nog mooi maken. Want je zou bijna vergeten, als je over de grote uitgevers hoort, en de eisen waar je allemaal aan voldoen moet, dat een levensverhaal betekenis heeft en op zichzelf zelfs in de meest kromme pure vorm waarde heeft. Het is de overlevering van een echt leven. Geldt eigenlijk ook voor je verhalen. Dat er een top is betekent niet dat je verhaal waardeloos is. Natuurlijk heeft wat je schrijft waarde!

Wat is een breinvriendelijke maatschappij?

Denk niet aan alleen denken, het brein is ook de aansturing van ons handelen en het centrum van onze emotie. Hoe kun je je omgeving breinvriendelijk maken is iets wat ik me plotseling afvraag en dat zowel mezelf als wie dit leest kan aanzetten tot het schrijven van een ander soort verhaal.

Dat is wat Jelte Nieuwenhuis deprogrammeren noemde, denk ik. Verbeteringen vinden en verslechteringen tonen kan een motor zijn om te schrijven en je verhalen meer diepgang geven.

Als je een levensverhaal schrijft kun je chronologisch alles vertellen zoals het gebeurd is. Je kunt het ook langs de meetlat van breinvriendelijkheid leggen. Hoe breinvriendelijk was deze anecdote, of juist aantastend? Zo zijn er duizend nieuwe manieren te bedenken om een verhaal te schrijven.

Wat is je schrijfmissie?

Na zo’n schrijfdag en onderdompeling in de mening van redacteuren en auteurs, waarbij de oudere dame van over de tachtig me opviel en een levensverhaal wilde schrijven, ontroerend, en haar op haar missie ‘een verhaal doorgeven’ toets in een gesprek, kan ik het niet laten zelf te reflecteren.

Wat mij vaak frustreert bij het geven van advies is dat iedere schrijver een andere missie en dus een ander grillig pad zal bewandelen om dat boek te publiceren of voor mijn part een mooi verhaal in een handgeschreven boek. Dat verhaal moet er komen en vaak wordt er gedacht aan een uitgever, maar dat is beslist niet de enige weg die er is of de juiste.

Grote uitgevers geven maar weinig debutanten uit. Er zijn, zo weet ik na een tijdlang verhalen te horen van medeschrijvers, van familieverhaal tot roman, vele wegen die je bewandelen kunt. Soms zie ik talent en dan hoop ik dat er wel een uitgever komt, zie ik dat het lukt bij een kleinere onbekendere uitgever.

Wat mij opvalt is dat mensen die een prangende missie hebben met hun boek, of dat is het verhaal van de ouders vertellen of om een bepaald roman te schrijven het volhouden en hun weg wel vinden. Bij de een duurt het langer, ook omdat sommigen inzien dat ze eerst hun schrijven willen ontwikkelen en een schrijfcursus of zelfs vakopleiding gaan volgen, bij de ander gaat het zo snel dat ze de aanbiedingen naast zich neerleggen voor later en dat ze geen tijd hebben om stil te staan bij hoe de schrijftechniek heet die ze toepassen.

 

Leesambassadrice bij de schrijfdag

Lidewijde Paris inspireerde mij nog meer dan de al enthousiasmerende deelnemers aan de schrijfdag. Ze inspireerde me tot het inzicht: ‘schrijven leidt tot het ontwikkelen van lezen en andersom.’

Haar boek voor lezers vind ik ook een boek voor schrijvers. Een schrijfboek dus. Waarom? Omdat zo’n boek je helpt bij je verplaatsen in een lezer en het leesplezier vergroot. Aan leesplezier werken, is dat niet onze verbindende missie?

Ik ga hier niet de lessen van haar lezing herhalen, daarvoor kun je beter haar boek lezen of een van haar lezingen die ze overal in het land geeft bijwonen. Grote aanrader! Ook voor schrijvers zeer aan te bevelen ter verhoging van je bewustzijn. Bijvoorbeeld het bewustzijn dat tell (show en tell) ook spannend kan zijn, op welke manier je de spanning vergroot en welke voorbeelden er zijn in de literatuur.

Het leidde bij mij wel tot verder denken over de grenzen van genre. Literaire genreschrijvers (literaire SF, fantasy en horror) zijn onder de literaire schrijvers een nog kleinere groep die zelden bij grote uitgevers terechtkomen, terwijl ik me afvraag waarom niet. Waarom is het zo lastig een publiek te koppelen aan een lezer? Als voormalig psychologiestudente die geïnteresseerd was in testconstructie denk ik dat het mogelijk moet zijn tools te maken voor lezers om een boek te vinden. Het meest in die richting komend is de leessuggestie ‘anderen die dit lazen lezen ook dat’ van Bol.com. Dat moet beter kunnen. Mogelijk een uitdaging voor een groepje studenten / ICT-ers.

 

Wat is je onderzoeksvraag?

Het wemelde van de redacteuren op de schrijfdag van Schrijven Online, en de aanwezigheid van Arthur Japin mag zeker niet onvermeld blijven. Met mijn schrijfvriendin en verhalenchirurg verdeelden we Japin en Jelte zodat we niets zouden missen. Want kiezen tussen redacteur Jelte Nieuwenhuis en Arthur Japin wilde ik eigenlijk niet.

Een terugkerend motief op de dag was de vraag waar je voor schrijft, je motor. Het is verbazingwekkend hoe vaak redacteuren verhalen lezen waarin deze ogenschijnlijk eenvoudige vraag niet de drijfveer is om te schrijven, wat zich vertaalt in verhalen die geen kern hebben, zwabberen, een opsomming zijn van gebeurtenissen. Ga bij jezelf te rade wat je onderzoeksvraag is. Weet je niet wat daarmee bedoeld wordt? Lees dan Fuzzy van Hannah Bervoets. Daar is de onderzoeksvraag wat eenzaamheid is.

De een raadt aan een boek als referentie te nemen voor het schrijven (Geert Kimpen) en de ander raadt dit af (Jelte Nieuwenhuis). Dit lijkt tegenstrijdig, maar Geert heeft het over de motor van het schrijven, terwijl Jelte het heeft over een kloon schrijven. Laat je zeker inspireren door een geweldig boek, maar kopieer deze niet. Ga je eigen weg. Ook bij de aanwezige schrijvers leeft de vraag hoe je kunt voorkomen dat je niet hetzelfde schrijft als een ander. Dit is helaas niet helemaal te voorkomen.

Wat ook duidelijk is, dat er maar weinig debutanten zijn per jaar per uitgeverij en dat je bij een literaire uitgever een literair manuscript dient op te sturen. Meet je door deel te nemen aan schrijfwedstrijden, door een manuscriptenbeoordelaar in te schakelen of door een schrijfopleiding te volgen. Stuur je manuscript naar de juiste uitgever en zorg dat deze zo goed mogelijk is geschreven. Het boek van Sebes lezen vond ik zelf verhelderend en werd dan ook aangehaald.

Deze dag leverde veel denkstof en ideeën op, genoeg voor meerdere blogposts. Ik ga er ook meerdere schrijven deze week, zowel inzoomend op Lidewijde Paris, de power-woman met haar inspirerende missie ons te leren hoe literatuur met meer plezier te lezen als Geert Kimpen en zijn enthousiasmerend betoog voor meer vanuit kracht (de motor) te werken en wat verder ter tafel komt.

Om in stijl met de schrijfdag af te sluiten zet ik je aan tot handelen:

Wat is jouw motor bij het schrijven?

Welk boek is jouw grote voorbeeld?