De Revisor lezen

De huidige Revisor heeft als thema Remco Campert. Ik heb helaas nog niets van hem gelezen maar na het lezen van de artikelen en gedichten ter ere van hem of geïnspireerd door hem, krijg ik zin om iets van hem te lezen. Tegelijkertijd is het lezen over een geslaagde schrijver op zich inspirerend voor het schrijven. Ik merk dat ik zijn gevoel voor vrij schrijven vergelijk met mijn eigen moed. Waar ligt het verschil in wat en hoe ik schrijf? En waarom heb ik bij dat ene gedicht wel het gevoel Remco Campert te lezen en bij het andere niet, terwijl het is samengesteld uit zijn zinnen? Dat brengt me bij de constatering dat de ene zin identiek kan zijn in twee verhalen maar in het eerste geval authentiek kan aanvoelen en in het tweede geval misplaatst. Het is dus niet alleen de juiste zin, het is ook de juiste plaats in de reeks zinnen die je leest en het is ook de gedachteboog van de lezer die het verhaal maakt.

De foto die Annelies Verbeke ontvangt van Campert zegt iets over relaties tussen schrijvers onderling. De foto vertelt een verhaal en ik vermoed een punt waar interesses elkaar kruisen. De overstijgende paradigma, je plaats daarin, waar John Gardner in de kunst van het schrijven het over heeft. Het onderkennen daarvan. Je plaats kennen en een woordvoerder zijn. Niet vanuit een eiland in het niets iets schrijven maar kleur bekennen, lijkt de foto te zeggen. Ineens schijnt vrij schrijven niet zo gemakkelijk en nog steeds actueel.

Advertisements

Leren vertellen

Er zijn mensen die me kunnen leren vertellen en ik wil het graag kunnen. Nu werd ik uitgenodigd om deel te nemen aan een groep die leert vertellen. Mijn eerste gedachte was dat ik liever voordraag van papier en schrijf, waarbij ik over ieder woord kan nadenken en de zinnen zo mooi mogelijk kan maken.

Wat draagt kunnen vertellen bij aan schrijven en wat draagt schrijven bij aan vertellen?

Vertellen is anders dan schrijven en toch liggen beide in elkaars verlengde. Een tijdlang kon ik niet praten vanwege mijn hersens. Ik ben toen gaan schrijven en dat ging traag maar sneller vooruit dan praten. Het praten volgde gestaag het schrijven. Na een paar maanden kon ik weer redelijk normaal een gesprek voeren. Voor een verhaal vertellen uit het hoofd is schrijftraining dus goed.

Bij een verhaal vertellen is het oproepen van je geheugen onmisbaar. Of het nu gaat om herinneringen ophalen of een verhaallijn vasthouden, daarvoor is je geheugen nodig. Vandaar dat voordragen minder belastend is dan vertellen. Maar ook hier geldt: door het te doen word je daar sterker in. Als geheugentraining is vertellen waarschijnlijk effectiever dan schrijven. En helpt vertellen dan om beter te schrijven? Vermoedelijk, omdat het het ophalen uit het geheugen verbetert en het verbaliseren versnelt. Thomas Verbogt zei tijdens de schrijfdag dat een schrijver zijn verbeeldingskracht iedere dag dient te trainen en dit is één van de manieren, die directer is dan schrijven. Dan is er nog het horen van klank, ritme en hoe het overkomt op anderen.

Puzzelneuronen en het Shakespeare effect

Uitgevers zouden per verhaal of boek kunnen aangeven in hoeverre het puzzelneuronen aanspreekt. Ik bedoel het Shakespeare effect: het lezen van Shakespeare leidt tot verhoogde activiteit van dezelfde neuronen die we bij puzzelen gebruiken. Ieder verhaal zou je kunnen typeren als minder of meer gepuzzel en volgens mij hebben lezers grote verschillen in hoe graag ze puzzelen bij het lezen. De een wil niet te veel nadenken en de ander valt in slaap als er niets te puzzelen valt aan een verhaal. Het is denkbaar dat dit verschillen in genrekeuzes van lezers verklaart en dat het het vinden van een geschikt boek makkelijker maakt voor lezers.

Een langere zinslengte, moeilijkere constructie, ingewikkelder plot leiden tot een hoger Shakespeare effect wat bij alle groepen lezers leidt tot een training van het probleemoplossend vermogen en begrip van taal. Dat is denk ik de reden waarom het zoveel plezier oplevert om een net iets moeilijker verhaal te lezen dan je gewend bent. In principe niets anders dan bij hardlopen.

Het mag dus ietsje meer zijn.

Een kort verhaal zoals van Mike Jansen, Deborah van Duin of van een literair tijdschrift is daarvoor erg geschikt. Dan kun je verder op je gebruikelijke niveau lezen en af en toe die puzzelneuronen trainen.

Ook is het zinvol, als je ertoe de gelegenheid hebt, de lezingen van Leesambassadrice Lidewijde Paris te volgen. Ze leert je in één uur met meer plezier die puzzelneuronen aan het werk te zetten, ook al ligt bij haar het plezier van lezen voorop.

Zelfvertrouwen herstellen

Een van de redenen waarom schrijven soms gepaard gaat met diepe teleurstelling en gevoelens die het zelfvertrouwen ondermijnen kan zijn dat je je vereenzelvigd met dat wat je schrijft en afwijzing voelt als een afwijzing van jezelf, las ik op een Amerikaanse site. Verrassend waren de tips om je zelfvertrouwen te herstellen:

1 Ga met je armen omhoog staan, omdat dat een goed gevoel oproept.

2 Ga dansen, omdat dat een geluksgevoel geeft

3 Doe een goede daad voor een ander. Daar word je blij van.

Er stond niet: ga een nieuw verhaal schrijven, wat ik doe om me blij te voelen. Misschien werkt dat niet altijd, bij mij meestal wel.

Editio schrijfwedstrijd van start

Dit keer heb ik vooruit gewerkt om mee te doen aan Editio, maar het verhaal dat ik herschreef met behulp van de schrijfcursus zond ik liever in naar een literair tijdschrift en ik schreef een nieuwe. Of het door de schrijfcursus kwam weet ik niet, maar het schrijven van het tweede verhaal ging heel vlot. Zo vlot dat ik als eerste mijn verhaal heb geplaatst en dat in de eerste uren van de wedstrijd een kastanjeboom alleen op de site stond. Ik had alleen nog een foto nodig van een kastanjeboom. Een schrijfvriend opperde dat ik de camera langs de stam zou kunnen vasthouden. Ik had gezegd dat ik een foto schuin van onderen wou. De foto van een boom rond de kerk vond ik het beste bij de tekst passen.

Over inspiratie

Waar haal jij je inspiratie vandaan? Ik haal het momenteel uit schrijftechniek. Als ik een techniek ontdek denk ik verder na over een verhaalidee dat bij deze techniek past. Voor mij werkt het beter om door te denken omdat het eerste idee dat opkomt vaak een gemeenplaats is – ideeën die rondzwerven op Facebook, die je ergens gelezen hebt of die je weleens hoort in de trein en die je passief hebt opgenomen. Hoewel je daar ook leuke dingen mee kunt doen. Ik stel mezelf vragen en kies vervolgens wat voor personage daarbij past.