Waar zal ik over schrijven?

Over een paar weken ga ik schrijven voor een cursus en wil ik publicabel werk maken. Daarom ga ik me de komende weken bezighouden met de vraag waarover ik schrijven zal. Een manier om me daarop voor te bereiden is in kaart brengen waar mijn interesse ligt middels een mindmap en freewriten. Meestal vertrek ik van een premisse of een verschijnsel dat mijn aandacht vasthoudt. Ook over de methode waarop wil ik me voorbereiden. Wat wil ik uitproberen aan methodes? Past dat bij het onderwerp dat ik kies? Ik zoek een onderwerp waar ik iets in te onderzoeken heb, waar ik over na wil denken en het zou ook goed zijn als ik al een conflict dat ik interessant vind of liever nog een lijstje zou hebben om uit te kiezen. En een plot dat uit een van de conflicten ontstaat? Of toch eerst een plot en daarna daar vandaan vertrekken?

Advertisements

Plafond bereikt

Op gegeven moment kwam ik niet verder. Ik bleef in bepaalde valkuilen vallen, ook als ik er op lette. Ik wist zo’n beetje waar ze zijn, maar ik bleef erin vallen. Het is net het leven. Ook daar had ik blinde vlekken die ik langzamerhand leerde kennen en die ik probeerde te veranderen maar sommigen daar kon ik hulp bij vragen. Van mensen dichtbij of van een training.

In het geval van schrijven wou ik begin dit jaar weer een cursus doen, niet meer als beginner maar als gevorderde. De eerste stap was erkennen dat ik een plafond bereikt had en dat ik hulp nodig had van een specialist. Vervolgens zocht ik naar het hoe. Schrijven Magazine had een heel handige special over schrijfopleidingen, waar je een en ander kon vergelijken. Online of op locatie, dichtbij of veraf, en groepen of solo, welke niveaus bieden de scholen aan? En welke docenten geven er les? Zo kwam ik uit op verschillende mogelijkheden voor gevorderden.

Ik heb de knoop doorgehakt en nu ik me heb opgegeven denk ik dat ik niet meer schrijven kan, dat ik geen inspiratie meer heb. Gelukkig is er tijd om me voor te bereiden en kan ik voor die tijd alvast beginnen iets te schrijven. Eerst nadenken waar ik maandenlang aan schrijven wil. Een langer verhaal? Of toch korte verhalen? Iets waar ik al aan begonnen was?

Turing gedichtenwedstrijd

Voor gedichten is het lastig een proeflezer te vinden omdat gedichten een andere tak van sport zijn dan korte verhalen en sommigen niet weten wat van een afwijkend gedicht te vinden. Dit heb ik gemerkt bij het lezen van een winnend gedicht in een eerdere editie van Turing. Ik hoor dan om me heen onbegrip over het winnende gedicht, terwijl ik het zelf wel zie waarom dit gedicht eruit springt, maar onder woorden brengen waarom is veel lastiger. Hoe leg je uit wat een knappe vondst is? Wat een goed ritme precies is los van het ritme van benadrukte klemtonen? Zoiets moet je zien en niet iedereen ziet het blijkbaar. Bij het schrijven leun ik ook sterk op mijn gevoel en mijn meest sterke gedichten die overkomen heb ik geschreven tijdens heftige innerlijke strijd. Ik zou willen dat ik even krachtig kan schrijven wanneer het leven kabbelt maar wat ik dan schrijf is gewoon grappig en aardig, meer niet. Ik vind dat dan ook genoeg.

Dat betekent niet dat het voor een andere gedichtenschrijver ook zo is. Het beste kun je bij jezelf analyseren wanneer je je krachtigste werk schrijft en onder welke omstandigheden en is het adagio dat je veel schrijft van toepassing en dat kan ook iets anders zijn dan een gedicht zoals een zeemanslied. Ik sprak de winnares van Turing een paar jaar geleden en ze zei dat ze haar winnend gedicht in een kwartier schreef. Ze had het niet tijdens een ongelukkige periode geschreven. Ze had de jaren ervoor veel geslamd, waarbij je snel krachtige zinnen produceert voor een publiek online en een schrijfopleiding gevolgd. Ik denk dat oefenen het verschil uitmaakt naast talent.

Heb je een schrijfgeheim?

Wat het ene verhaal sterker maakt dan het andere, los van alle verhaalelementen die je kunt leren beheersen, is je eigen schrijfgeheim. Vaak is dat een beperking die je je oplegt, zoals een verhaal schrijven met veel a-klanken of een of andere opdracht.

Hoe kom je aan zo’n geheim? Door te denken aan hoe je thema vorm te geven. Het kan zijn dat je het thema een bepaald ritme wilt geven dat het verhaal onderstreept. Wat je ook kiest voor geheim, verklap het niet maar laat de lezer ernaar zoeken want een verhaal is een reis voor de lezer en er moet iets te ontdekken zijn. En kies niet steeds voor hetzelfde maar probeer verschillende vormen en beperkingen uit.

De kloof dichten

Zoals ik het zie komt veel verwarring bij het beoordelen van je eigen verhaal uit de kloof die je ervaart tussen wat je graag leest en wat je nu kunt schrijven. Onherroepelijk – bij de meeste schrijvers – is er die kloof tussen wat je smaak bij het lezen dicteert en bij die constellatie van aspecten die te pas komen bij het schrijven van een verhaal.

Hoe langer je schrijft, hoe meer je die kloof dicht tussen je smaak en wat je kunt schrijven. Dit doordat je telkens nieuwe inzichten krijgt over zinnen, paragrafen en het globale verhaal door te schrijven, lezen en leren. Je smaak kan nauwer worden of breder. Dat hangt ook van een grote hoeveelheid beslissingen af die je vaak ongemerkt neemt. Soms merk je dat je bij een zo’n beslissing blijft haken bij het herlezen van je tekst. Ik wuif weleens een en ander weg met een gelegenheidsargument. Beter is een stap terug nemen en bewuster die reeks beslissingen nemen tijdens het herschrijven.

De verwarring is juist interessant, omdat het me iets zegt waar ik een analyse en een keuze moet maken. Dit kan gevolgen hebben voor het hele verhaal. Schrijfboeken helpen de meest voorkomende dilemma’s oplossen zo ook schrijfcursussen maar je ontkomt er niet aan te kiezen tussen stijlen, plotwendingen, eigenschappen van een personage en wel of niet iets aan het begin vertellen.

Bij het lezen van je favoriete schrijver is het interessant om te ontdekken waarom het precies je favoriet is. Welke keuzes heeft de schrijver gemaakt en waarom bevalt het je?

De Revisor lezen

De huidige Revisor heeft als thema Remco Campert. Ik heb helaas nog niets van hem gelezen maar na het lezen van de artikelen en gedichten ter ere van hem of geïnspireerd door hem, krijg ik zin om iets van hem te lezen. Tegelijkertijd is het lezen over een geslaagde schrijver op zich inspirerend voor het schrijven. Ik merk dat ik zijn gevoel voor vrij schrijven vergelijk met mijn eigen moed. Waar ligt het verschil in wat en hoe ik schrijf? En waarom heb ik bij dat ene gedicht wel het gevoel Remco Campert te lezen en bij het andere niet, terwijl het is samengesteld uit zijn zinnen? Dat brengt me bij de constatering dat de ene zin identiek kan zijn in twee verhalen maar in het eerste geval authentiek kan aanvoelen en in het tweede geval misplaatst. Het is dus niet alleen de juiste zin, het is ook de juiste plaats in de reeks zinnen die je leest en het is ook de gedachteboog van de lezer die het verhaal maakt.

De foto die Annelies Verbeke ontvangt van Campert zegt iets over relaties tussen schrijvers onderling. De foto vertelt een verhaal en ik vermoed een punt waar interesses elkaar kruisen. De overstijgende paradigma, je plaats daarin, waar John Gardner in de kunst van het schrijven het over heeft. Het onderkennen daarvan. Je plaats kennen en een woordvoerder zijn. Niet vanuit een eiland in het niets iets schrijven maar kleur bekennen, lijkt de foto te zeggen. Ineens schijnt vrij schrijven niet zo gemakkelijk en nog steeds actueel.

Leren vertellen

Er zijn mensen die me kunnen leren vertellen en ik wil het graag kunnen. Nu werd ik uitgenodigd om deel te nemen aan een groep die leert vertellen. Mijn eerste gedachte was dat ik liever voordraag van papier en schrijf, waarbij ik over ieder woord kan nadenken en de zinnen zo mooi mogelijk kan maken.

Wat draagt kunnen vertellen bij aan schrijven en wat draagt schrijven bij aan vertellen?

Vertellen is anders dan schrijven en toch liggen beide in elkaars verlengde. Een tijdlang kon ik niet praten vanwege mijn hersens. Ik ben toen gaan schrijven en dat ging traag maar sneller vooruit dan praten. Het praten volgde gestaag het schrijven. Na een paar maanden kon ik weer redelijk normaal een gesprek voeren. Voor een verhaal vertellen uit het hoofd is schrijftraining dus goed.

Bij een verhaal vertellen is het oproepen van je geheugen onmisbaar. Of het nu gaat om herinneringen ophalen of een verhaallijn vasthouden, daarvoor is je geheugen nodig. Vandaar dat voordragen minder belastend is dan vertellen. Maar ook hier geldt: door het te doen word je daar sterker in. Als geheugentraining is vertellen waarschijnlijk effectiever dan schrijven. En helpt vertellen dan om beter te schrijven? Vermoedelijk, omdat het het ophalen uit het geheugen verbetert en het verbaliseren versnelt. Thomas Verbogt zei tijdens de schrijfdag dat een schrijver zijn verbeeldingskracht iedere dag dient te trainen en dit is één van de manieren, die directer is dan schrijven. Dan is er nog het horen van klank, ritme en hoe het overkomt op anderen.