Inspiratie uit klassieke monologen

Het verbaast me dat de Grieken al ca 400 jaar voor de christelijke jaartelling zo doordacht en welgeformuleerd schreven. Nu ik 101 monologen lees van vroeger tot nu (nu ben ik alleen heet het boek) hoor ik de schrijvers van de oudheid tot mij redevoeren. Ik ben bij Soflokes, meer dan drieduizend jaar geleden en vraag me af of er erg veel aan de mens en zijn denken veranderd is sinds die tijd. Zeker, we hebben spullen die er toen niet waren en we lenen Engelse woorden, maar ik denk inmiddels dat het vernuft ook toen bestond om kleine en grote problemen op te lossen zoals het bakken van een brood en het introduceren van een personage. Politieke machtspelletjes eindigden blijkbaar al snel in moord, zoals in thrillers. Liefdes waren reeds stof voor drama. Mooie zinnen probeerde men ook in de oudheid op te dienen.

Zal ik na het lezen van al deze klassiekers beter weten waar en hoe te schrijven? Scherper een onderwerp bij de kladden kunnen grijpen? Kun je juist door het oude te lezen het moderne nieuw leven inblazen? De tijd zal het leren, als ik concreet na het schrijven van een verhaal merk hoe de invloed is geglipt in een beeld.

Advertisements

Beware of baldadigheid

Drie kleine wedstrijden openbaren komende weken hun uitslag. De voetballer nummer 9, daar verwacht ik van dat Tja wint. Tenminste vind ik dat zij het verdient. Voetbal is namelijk niet mijn ding, maar ik wilde toch proberen om me in een voetballend kind te verplaatsen… Vergeefse moeite natuurlijk. Voor de ‘ik ben niet bang’-wedstrijd heb ik een te filosoferend stuk voor geschreven. Ik vond wat ik schreef wel een lef-onderwerp, maar een proeflezer vond het resultaat niet gewaagd, wel mooi. En bij het parlement der dingen heb ik meteen in de eerste zin ecologen uitgemaakt voor viezeriken. Dat was ik niet, dat was mijn personage. Mijn verhaal van het gekke ding zullen ze dus wel niet kiezen. Ook voor de wat grotere wedstrijd van de Baarnse Literatuurprijs kon ik het niet laten om de schrijver van het verhaal zich met de inhoud te laten bemoeien. De verwaande schrijver gaat in discussie met zijn personage over de inhoud van het verhaal. Helaas trok hij aan het kortste eind. Als deze vlaag van bespottelijke baldadigheid voorbij trekt, blijf ik achter met een gevoel, dat ik mezelf niet au sérieux neem.

Schrijfwedstrijd Spruijt & Spruyt

Ik wacht op uitslagen van schrijfwedstrijden, of liever gezegd, ik wacht maar niet. Want het verhaal is geschreven, anders dan bij een voetbalwedstrijd kun je niets meer er aan doen op het moment suprême, de winnaar is al beslist voor de prijsuitreiking, de loop al gelopen. Dus pak je pen en schrijf je volgend verhaal. Ik zag vandaag weer een wedstrijd op twitter, ditmaal voor een bundel. Het afwijkende aan deze wedstrijd is dat je je auteursrechten afstaat en ook nog een tientje crowdfunding meebetaalt aan de totstandkoming van de bundel, zonder te weten of jouw verhaal zal worden gepubliceerd, zonder garantie dat de publicatie doorgaat. Alle risico is dus voor de auteur, die verhalen afstaat en geld betaalt. Het enige pluspuntje is dat de beste tien inzenders een leesrapport krijgen.

De foto’s waar de verhalen over geschreven dienen te worden zijn te zien bij het reglement. 

Ben jij een decadentist?

Een wat? Een decadentist. Volgens wikipedia is decadentisme een stroming onder schrijvers. Een geuzennaam voor schrijvers die ‘Weltschmertz’ ervaren en met een zekere negativiteit hun woorden neerpennen op een zo mooi mogelijke manier. Zoals Beaudelaire, de dichter met zijn ‘spleen’.

Nu is mij het fijne van decadentisme nog niet helder genoeg na het lezen van het artikel op wikipedia. Beaudelaire ken ik echter door zijn werk. Zoals hij over katten in zijn appartement schrijft ben ik nooit meer tegen gekomen…

Volgens Michael Riffaterre lost een lezer een puzzel op als hij een intertekstuele tekst leest. Uit de beetjes die hij uit de tekst haalt, wordt de interpretatie een bepaalde richting uit geduwd. 

Ik laat die richting liever vrij, eerlijk gezegd, maar bewegen van het denken is wel iets dat ik nastreef. Ook met deze tekst die schijnbaar losse opmerkingen samenraapt streef ik ernaar mijn mede-schrijvers uit hun comfortzone te treden en te gaan metadenken over het schrijven zelf.

Of ze roepen, ja, nou èn?

Baarnse literatuurprijs

Vanaf 22 augustus tot en met 3 september is het mogelijk om te stemmen op één van de twaalf genomineerde verhalen voor de Baarnse literatuurprijs. Zelf heb ik ook gestemd op één ander verhaal dan de mijne. Dit verhaal kon me bekoren. Lees de korte verhalen, misschien neem je er een paar dagen de tijd voor, en maak je keuze. Waarom zou je de verhalen lezen?

Er is een verscheidenheid aan typen verhalen, plots, schrijfstijl en verhaalvormen. Het kan je inspireren om iets anders uit te proberen. Het is leerzaam om genomineerde verhalen te lezen om te zien wat in de smaak kan vallen. Dit kan je helpen om in je eigen stijl en vorm iets te schrijven voor een volgende wedstrijd.

Dit jaar wordt er een bundel uitgegeven, alléén de winnaars van afgelopen vijf jaar incluis dit jaar staan erin. Gewoonlijk worden er bundels gemaakt waar alle genomineerden in staan. Zo doet City2cities het, Fantasy Strijd Brugge, Schrijfatelier Alicia en anderen.

Moge de beste winnen… Al is dat met zulke uiteenlopende soorten verhalen, waaronder een paar van het klassieke type vertelling en meer experimentele verhalen, best een lastige keuze.

Ridderlijk omgaan met kritiek

Volgens boekfluisteraar Carbo (‘Succes met je boek’) leer je met uitgevers omgaan door eerst om kritiek te vragen. Het vragen om feedback, het liefst van mensen om me heen die iets met schrijven te maken hebben, leert me hoe ik met mijn emoties omga: teleurstelling, irritaties, blijheid, angst… en zorgt ervoor dat ik erover kan praten, oftewel mijn emoties en gedachten formuleren. Het valt niet altijd mee om mee te doen met wedstrijden. Soms word ik overvallen door het podiummonster of door plotziekte. voel ik een diepe teleurstelling of ben gewoon onzeker. Als ik feedback krijg die een sterk gevoel in mij oproept, ben ik echter meester van mijn gedrag, dat is wat ik ridderlijk omgaan met kritiek noem. Freud noemt de lagere driften het id, en het ego is als een menner van het paard id dat losgeslagen op hol kan slaan. Het kan mis gaan als het ego geen oog heeft voor de belangen van anderen en alleen op het id gericht is, zoals wel gebeurt als je heel boos bent of in paniek raakt. De leukste les Psychologie vond ik de les over de win-win onderhandeling. Dat vond ik heel inspirerend voor mijn omgang met anderen. Proberen iedereen het zijne te gunnen en zelf ook vooruitkomen. Als ik pijnlijke kritiek krijg, denk ik dan ook dat het goed voor me is. Kan ik met dat id worstelen. Het is een les voor als – als – ik ooit een uitgever vind. Of een slechte recensie moet incasseren.

na de essay-verteller

In ‘de kunst van het schrijven’ beschreef John Gardner de essay-verteller. Hij beschreef hem summier als een soort alwetende verteller, maar dan een met een uitgesproken levenshouding bij het vertellen. Het leidde tot een schrijfopdracht voor de wekelijkse schrijfopdracht bij Schrijven Online.

Ik was benieuwd wat mijn medeforummers zouden gaan schrijven aan de hand van deze opdracht. Een was geïnspireerd tot het schrijven van een verhaal waarin een personage op essayistische wijze sprak. Een originele mogelijke opvatting van wat je zou kunnen verstaan onder een essay-verteller. Niet wat ik in gedachten had. Iemand vatte het op als een essayist die ook een verhaal vertelde. Het bleek dat het woord essay leidde tot verwarring bij de opdracht. Ik had deze term echter zelf niet bedacht. Zo las ik ook enkele essays, al dan niet met een verhaal of anekdote erin verwerkt. In een verhaal was er een duidelijke, zelfs traditionele verteller. Echter meer een neutrale type verteller, en dus geen essay-verteller. Er was zelfs een toespraak die overging in een anekdote en weer terug naar de toespraak en dit als geheel was een verhaal. Dit kwam volgens mij erg dicht in de buurt van een essay-verteller.

Bij een laatste verhaal dat ik las, twijfelde ik. De verteller vertelde zijn verhaal en had een duidelijk standpunt dat hij ook verkondigde. Alleen, hij speelde zelf een rol in het verhaal. Was dit wel of niet een essay-verteller? Dat leidt tot de vraag of een alwetende verteller een rol mag spelen in het verhaal of dat je dan spreekt over een ‘ik-‘ perspectief…