Abusio

‘Blind van angst kroop hij door het oog van de naald’ is een voorbeeld van abusio. De beeldspraak wordt op een vreemde onlogische manier gebruikt en kan lachwekkend zijn, lees ik op dbnl. Ik ben aan het grasduinen in de algemeen letterkundig lexicon van dbnl. Dit brengt me op ideeën hoe ik een beeldspraak zou kunnen gebruiken maar ook wat ik beter kan vermijden. Want vaak wordt abusio als een slechte stijl gezien, maar niet altijd zoals in het voorbeeld. De dbnl heeft naast interessante naslagwerken ook literatuur online die je kunt raadplegen of lezen.

Ook voor het maken van gedichten kun je hier inspiratie vinden, door rond te kijken of je iets vindt dat je in je gedicht kunt toepassen.

Advertisements

Is Greenisme op zijn retour?

Het lijkt erop dat de regels opgesteld door Green in 1950 over onder ander Show-don’t-tell en de ‘goede’ metafoor in het Nederlandstalig uitgeefgebied nu sterk gelden. Vandaar dat veel boeken opvallen door een saaie schrijfstijl en weinig experiment. Ik merk echter aan mijn lezers hoe enthousiast ze zijn wanneer ik ze een afwijkende schrijfstijl geef en speel met de vorm. Ik bedoel een gemiddelde lezer. Stoner geeft veel uitleg en wordt gretig gelezen.

Kan het zo zijn dat lezers van nu het Greenisme moe zijn en weer graag een sprekende schrijfstijl willen – dialect of experiment en alles wat Green verbiedt? Zou dat een soort opleving zijn van jezelf willen zijn en geen eenheidsworst meer willen? Dat een (sub)culturele identiteit gewenst wordt? Dat een verteller weer een stijl mag hebben? Dat men minder wil dat een autoriteit bepaalt wat en hoe? Dat men onbewust een onopvallende stijl associeert met het wegvlakken van het individuele? Dat weer verlangd wordt naar het hoogstpersoonlijke of zelfs het cliché?

Het gat na een cursus

Na een schrijfopleiding komt vaak het gevoel in een gat te vallen doordat de cursus een stramien geeft en ook waardering voor wat je doet. Dat valt weg en je moet het weer zelf doen. Een oplossing is dat het dagelijks leven weer aandacht vraagt zoals een verbouwing waarvoor ik in één week het huis op orde moet zien te krijgen. Ja, je op de dagelijkse beslommeringen richten is op zich niet zo’n slecht idee want ondertussen kun je weer nadenken over een nieuw te schrijven verhaal of een vervolg op dat ene traject. Juist door loslaten komen er vaak verse ideeën naar boven borrelen. Deze week ga ik dus noodgedwongen loslaten en ik weet al dat ik zin zal krijgen om weer te kunnen schrijven.

Het stramien van de cursus, ik bedoel het tijdsverloop, heb ik overzichtelijk in een document geplaatst en ik moet constateren dat ik deze week geen 3000 woorden ga schrijven. Hoewel? Soms zijn het juist in de drukke weken dat ik veel produceer. Vreemd maar waar. Misschien toch iets met loslaten?

Beginnen aan een nieuw verhaal

Waar begin je als je een nieuw verhaal schrijven wilt? Hoe kom je op een nieuw verhaalidee? Je kunt putten uit je herinnering, je nieuwsgierigheid volgen, wat als vragen stellen. Ik volg meestal mijn betrokkenheid tot een onderwerp waar ik iets te onderzoeken heb, meestal iets dat sterke gevoelens bij me oproept. Bij het zoeken naar het unieke stuit ik vaak op het algemene en hoe ik me daartoe verhoud in de schoenen van mijn personage.

Ik heb het stramien van de cursus die ik volgde op een rijtje gezet om te volgen voor het schrijven van een nieuw verhaal. Nu freewriten over het thema waar ik over schrijven wil om nieuw materiaal te produceren. Op naar de eerste 3000 woorden.

Voorbeeld van een top 1000 gedicht

Opdracht: vergelijk het onderstaande gedicht met het winnende gedicht van de Turing gedichtenwedstrijd editie 10. Beide hebben het over een kubus als beeld.

Necker kubus

Voor en achter schijnt er licht
tussen lijnstukken
De ene keer zicht op het evenwicht
De andere keer het doorwaaien
opwinding over onopgeloste opgaven

Voor of achter is ambigue
wie is wie nu?
Ik loop alleen met mijn vaders beeldhouwwerk

Wie ik ben geschilderd en schilderend
De ramen leeg schitterend wit vlak open mond
Een zandloper op een muur
En een buurvrouw die praat terwijl haar hond wacht

Vorm zonder inhoud zoals lege zinnen na het sterven
lijnstukken in zielige omarming
een lege boodschappentas

Niet een schaduw van het echte
maar een spel van silhouetten
Jij of ik door elkaar
Wie ben ik nog als er sprake is van wij?
Ik kom thuis in een containerhaven

Mijn ik is geen sterk gebouw
Het blijft staan
maar je kunt er doorheen kijken

Het commentaar van de jury van Turing gedichtenwedstrijd:

Je gebruikt de geometrische figuur van de kubus hier als een lens waardoor je naar het ‘ik’ kijkt. Dat blijkt erg vruchtbaar: net als de kubus verzet het ik zich hardnekkig tegen één manier van bekeken worden. Daarbij levert het ook nog prachtige beelden op: ‘lijnstukken in zielige omarming’, ‘ik kom thuis in een containerhaven’, ‘mijn vaders beeldhouwwerk’. Knap werk, dit gedicht.

 

Er moet iets op het spel staan

Moet dat, dat er iets op het spel staat? Ik ben moed aan het verzamelen voor een volgend verhaal en dus heb ik een project onderzoeken hoe gedachten worden weergegeven in teksten van mijn favoriete schrijvers in het leven geroepen om het schrijven van dat waar ik mijn ziel op het spel zet voor me uit te schuiven. Misschien ga ik dat verhaal toch maar niet schrijven of alleen voor intimi. Soms is dat beter. Bij het schrijven heb ik besloten dat ik voor mezelf het ga schrijven alsof er niemand het zal lezen om het me gemakkelijker te maken. Ik kan altijd achteraf een besluit nemen.

Sommige zware thema’s doen iets met je wanneer je erover schrijft en zijn zwaar om in de openbaarheid te brengen maar het zijn juist de verhalen die mensen nodig hebben.

Schrijfboeken herlezen

Als het goed is blijf ik leren en progressie maken met schrijven. Daardoor is het herlezen van schrijfboeken een goed idee, want herhaling is niet alleen goed voor mijn geheugen, ook mijn begrip groeit en ik zie als het goed is meer verbanden na een paar jaar bewust schrijven. Ik zie dit bij mezelf en bij schrijfvrienden.

Dit proces kan versneld verlopen door een schrijfcursus. Punt is dat beter schrijven zoals ieder vak een veelheid van aspecten behelst en dat er een verschil is tussen het zien en het doen. Hoe meer je ziet, zou je denken, hoe meer je kunt doen. Er is echter een kloof daartussen die ik kan proberen te dichten. Ik kan bijvoorbeeld zien waarom een gedicht sterk is, maar zelf niet zo sterk een gedicht schrijven. Alleen door veel gedichten te schrijven en technieken uit te proberen kan ik de kloof dichten. Terwijl ik vorder krijgt een schrijfboek meer betekenis dan het eerst had omdat mijn kennis en ervaring groeit. Ik kan meer voorbeelden van toepassing in de breedte of in de diepte (genrekennis) verkrijgen door te schrijven of door te lezen. Zo wordt de werking van een theorie steeds meer een schakering van mogelijkheden.