Zoet bezinnen

Blijkbaar ben ik iemand waarbij het verstand regeert boven de emotie. Mijn emoties hobbelen meestal achter mijn gedachten aan. Nu twee docenten gezegd hebben dat mijn schrijfstijl in orde is (helder en poëtisch / vlotte en originele schrijfstijl) moet ik er aan wennen dat het zo is, omdat ik drie jaar geleden nog kritiek kreeg op mijn schrijfstijl. Ik heb er hard aan gewerkt. Veel laten proeflezen, veel schrijfstijlboeken gelezen, veel geschreven en literatuur gelezen, blijkbaar met resultaat. Maar het bijpassende gevoel, tevredenheid en vertrouwen, heb ik nog niet. Misschien komt het omdat ik me afvraag of mijn streven hoger ligt dan het niveau dat ik nu heb bereikt. Of zoals John Vorhaus zegt, je kunt een goed verhaal schrijven, maar om echt zeer goed te schrijven moet je van je heuvel af gaan, de valei indalen en de hoge berg beklimmen. Misschien vind ik dat ik nog beter kan en dat ik nog harder mijn best moet doen, vind ik dat ik te gemakzuchtig ben, niet alles geef wat ik te geven heb.

Advertisements

Experimenteel

Volgens Oek de Jong in ‘wat alleen de roman kan zeggen’ is experimenteel of avant-garde op dit moment niet gebruikelijk meer. Dat is heel jammer, want met mijn Nanowrimo-project ben ik een vorm tegengekomen die hartstikke experimenteel is, en ik wil deze verder uitwerken tijdens het herschrijven. Daardoor voel ik me een eenzame schrijfster, die niet de juiste leeftijd heeft voor experimenteel werk. Ik ben net over de limiet van vijftig gekomen, maar mijn geest is nog vol opstand en uitproberen, wat past bij een jongere versie van mezelf. Toen ik echter 18 was, worstelde ik met de Nederlandse taal. Ik ben Franse van origine, half dan, en de Nederlandse taal was een berg die ik aan het beklimmen was. In café’s werd ik uitgelachen omdat ik alle woorden die in het Frans met ‘tion’ eindigden verving met ‘tie’. Mijn zinnen bouwde ik rond aviatie en relatie. Blijkbaar erg lachwekkend. Mensen werden erbij geroepen om het aan te horen. Ik gaf niet op en las me ongans, zowel de teksten op Brintapakken als de aankondigingen voor programma’s van de Tros. Meer dan twintig jaar later doe ik als een waanzinnige mee aan schrijfwedstrijden en verdiep me in zinsconstructie en schrijfstijl. Het gebrek aan opleiding tartend en mijn eigen weg volgend tegen beter weten in. Nu pas lees ik de Nederlandse literatuur en vergaap me aan zinnen in de Nederlandse taal. Ben ik echt te oud om experimenteel te willen zijn, of ben ik gewoon te laat voor de zestiger jaren met een hoogstindividuele inhaalslag bezig?

De denker

Zoete vruchten groeiden aan de boom naast het schoolplein. We wachtten tot maître Julien weer dromerig de klas in keek, om met de hand in de broekzak te reiken en snel een jujube in onze monden te stoppen. Ieder van ons had twee broekzakken vol, een met jujubes en een met de pitten. Maître Julien leek te denken. Hij veegde zijn bril rustig af. In de pauze las hij Marcel Pagnol in plaats van over ons te waken. Dit gaf ons de indruk dat hij toch wel slim was, ook al leek hij niet erg op te letten. Hij keek af en toe vriendelijk naar ons met de blik op oneindig.

Het was altijd mooi weer, maar die ochtend in januari ging de gietijzeren kachel midden in de klas toch maar aan. Maître Julien haastte zich rustig de klas uit met een paar leerlingen om kolen te halen. Pépé liep gauw naar de kachel en stopte er een papieren zak in. Hij stoof naar zijn plaats terug en proestte met zijn handen voor zijn mond. Het leek wel of hij erin stikte. De leraar kwam weer terug en schepte kolen in de kachel zonder op te merken dat de klas haar adem inhield. De kinderen keken naar Pépé die schokte van het lachen en naar de kachel. De leraar stak de kachel aan en nam plaats achter zijn lessenaar. Hij keek de lucht in, zoals hij vaker deed als hij nadacht.

Het duurde een paar minuten, maar toen kwam er rook uit de kachel. Eerst een klein beetje, maar de klas vulde zich langzaam maar zeker met een dikke vies ruikende rook. Een meisje deed haar hand voor haar neus en stak haar hand naar boven. Ze vroeg of ze naar buiten mocht. Andere meisjes volgden haar voorbeeld. De jongens keken elkaar aan. Olivier stond als eerste op. De leraar keek verstrooid toe hoe de leerlingen kuchten. Eindelijk stonden de jongens van de klas op om naar buiten te gaan. Het rook naar verbrande koeienvlaai.

Waarom zou je een schrijfcoach inhuren?

Gastblog van Kelly Meulenberg

Wat ik waardeer aan Odile is haar gedrevenheid om te leren, om haar verhalen te blijven verbeteren. Niet iedereen durft zo makkelijk om hulp te vragen. Ik ben er echter van overtuigd dat iedere schrijver beter wordt van (regelmatig) feedback ontvangen. En als je jouw verhalen echt serieus neemt, raad ik je aan om in een coach te investeren. In dit gastartikel leg ik je uit waarom.

Proeflezers helpen je op verschillende manieren. Ze testen je verhaal voor je – is je verhaal wel zo duidelijk, vermakelijk en/of spannend als je denkt? – en laten je jouw blinde vlekken zien. Misschien denk je wel dat je taalgebruik mooi en beeldend is, maar zitten er stiekem heel veel clichés in je tekst die je stijl en het leesplezier verzwakken.

Natuurlijk kun je vrienden en familie vragen om je verhaal te lezen en hun mening te geven, maar daar heb je waarschijnlijk minder aan dan je denkt. Ook als iemand veel leest, wil dat nog niet zeggen dat hij of zij ook gerichte feedback kan geven op je inhoud, je vorm en je stijl. Ze kunnen je vertellen wat ze mooi vonden en wat niet, maar wáárom? En dus weet je nog niet precies wat je al goed doet en wat je nog moet verbeteren.

Omdat je vrienden en familie je gevoelens niet willen kwetsen, kun je ze wel goed als proeflezer vragen wanneer je zelfvertrouwen een boost nodig heeft.

In een schrijfgroep of –cursus vind je hopelijk schrijvers die net zo nieuwsgierig en ambitieus zijn als jij, maar vaak zijn er grote onderlinge verschillen. Bovendien – omdat ze zelf ook schrijven – bestaat er de kans dat ze je zoveel commentaar geven, dat het lijkt alsof ze jouw verhaal herschrijven. Dat is natuurlijk ook niet de bedoeling.

Schrijfcoaches en redacteuren zijn de meest objectieve soort proeflezer. Natuurlijk speelt onze smaak wel een rol, maar we weten het verschil tussen iets niet goed vinden omdat het niet bij je eigen smaak past of omdat er op technisch vlak iets aan schort.

Een schrijfcoach kan niet alleen zeggen wat werkt en wat niet, maar ook uitleggen waarom en je tips en oefeningen geven om jezelf te verbeteren. En ben je het niet eens met hem of haar? Dan kun je een goede, inhoudelijke discussie voeren 🙂

Bovendien weegt in een (zeer) kort verhaal ieder woord zwaarder dan in een roman. Je hebt minder ruimte om je verhaal te vertellen en dus moet je nauwkeurig je woorden kiezen. Daar komt ongetwijfeld ook veel schrapwerk bij kijken.

Een schrijfcoach helpt je te ontdekken welke woorden nog niet genoeg werk verrichten. Zo zorg je ervoor dat je met zo min mogelijk woorden zo veel mogelijk effect behaalt.

Daarnaast prikkelt een schrijfcoach je door veel en lastige vragen te stellen. Hij of zij helpt je onder het oppervlakte van je tekst te duiken en je verhaalidee te ontwikkelen. Je wordt getraind om verhalen, aanpakken en personages van verschillende kanten te bekijken. Dit zorgt vaak voor meer diepgang in je verhaal, maar ook voor meer creativiteit en inspiratie voor je volgende verhalen!

Kortom, een schrijfcoach inschakelen is een snelle manier om een betere schrijver te worden. Mocht je mensen met deze skills in je omgeving of schrijfgroep hebben, bedank ze dan en laat ze nooit meer gaan 😉 Maar als je wel een coach kunt gebruiken, help ik je natuurlijk graag. Stuur me een mailtje op info@kellymeulenberg.com en vertel me waar je tegen aanloopt. Ik denk graag met je mee!

Een uur over mijn verhalen

In de eerste klas restauratie van het Centraal Station schrijf ik in mijn boekje om mijn zenuwen de baas te zijn. Robbert Welagen komt binnen. Ik herken hem direct als jury van een wedstrijd waar ik genomineerd was. Hij herkent mij niet maar merkt mijn Nanowrimohoodie op, met de tekst ‘Schrijven is jezelf lezen.’ We spreken over onszelf en dan over schrijven. Als iets mij gelukkig maakt op dit moment is het wel praten over schrijven. Mijn familie weet daar alles van, maar is gelukkig niet aanwezig om tegen te sputteren. Praten over de twee verhalen die ik heb opgestuurd is wel het summum. Als je iets schrijft en herschrijft, laat je het los en geeft het aan een lezer. Soms is de lezer zo tof om er inhoudelijk iets over te zeggen. Echt diepgaand over een verhaal met een schrijver, schrijfdocent praten, een uur lang, is zo mogelijk nog fijner dan een juryrapport. Ik heb ‘Spoiler’ en ‘de Vlucht’ gekozen. Alhoewel ‘de Vlucht’ traditioneler is van opzet, zit er in ‘Spoiler’ ondanks de originele opzet meer dynamiek in omdat het een dialoog betreft met zowel de personages als de schrijver, bovendien is er meer handeling. Ook bij het spreken heeft Robbert Welagen een weloverwogen woordenkeuze. Waar ik ‘aan de gang’ zeg, zegt hij ‘aan de hand’.  Mijn twijfels over mijn schrijfstijl neemt hij weg. Mijn taal is helder, zegt hij. Wel geeft hij een voorbeeld waarbij de handeling een onderdeel miste. We praten over de fijne lijn tussen cryptisch schrijven en te veel uitleggen. Het luistert heel nauw om niet te veel prijs te geven. We spreken over een plot bedenken, hoe ik dat doe. Hij geeft een tip. Even valt er een korte stilte. Ik vraag hoe laat het is. Er zijn nog twee minuten. We rekenen de koffie af en met een tevreden gevoel ga ik huiswaarts. In de  trein schrijf ik nog meer details op.

Premisse

De premisse, stellige ‘wijsheid’ van een kort verhaal, zoals ‘liefde overwint alles’ kan op onbeperkte manieren worden ingevuld. Wie denkt dat liefde is uitgekauwd leest waarschijnlijk niet de juiste boeken of heeft last van spleen. Een gedicht van Verlaine:

Il pleure dans mon coeur

Paul Verlaine

Il pleure dans mon coeur
Comme il pleut sur la ville ;
Quelle est cette langueur
Qui pénètre mon coeur ?

Ô bruit doux de la pluie
Par terre et sur les toits !
Pour un coeur qui s’ennuie,
Ô le chant de la pluie !

Il pleure sans raison
Dans ce coeur qui s’écoeure.
Quoi ! nulle trahison ?…
Ce deuil est sans raison.

C’est bien la pire peine
De ne savoir pourquoi
Sans amour et sans haine
Mon coeur a tant de peine !

Paul Verlaine

Wat is de premisse in dit gedicht? Het is het ergste leed om niet te weten waarom het regent in mijn hart. Nu zou je een kort verhaal kunnen schrijven met als premisse dat je wel weet wat de oorzaak is van spleen… Vul maar in: spleen komt door …

Valide winst

Op 20 november mag je je hele novelle in een teller plaatsen om het zo te laten valideren. Dan word je naar een pagina geleid op het Nanowrimoforum, waar je gefeliciteerd wordt omdat je winnaar bent. Je kunt het certificaat downloaden of uitprinten. Tot 30 november middernacht kun je valideren.

Wat betekent het, valide? Zo uit het hooft betekent het voor mij dat ik echt, terecht iets of een identiteit ben, iets gemaakt heb, dat dat erkend wordt. Bij Nanowrimo wordt erkend dat je een boek geschreven hebt van een aantal pagina’s. Er zijn geen Nanowrimo’s voor korte verhalen, maar je kunt 50000 woorden aan korte verhalen in de teller plakken. Zoveel woorden aan korte verhalen heb ik nog niet.

Hierbij erken ik dat ik vele luiers verschoond heb, 13 jaar borstvoeding gegeven heb, veel vaatwassers heb geleegd. Iedereen is een winnaar, zonder het te weten.