Filosofie als inspiratie

Telkens wanneer ik voor filosofieclub Hannah Arendt lees, komen er verhaalideeën opborrelen. Vaak zijn dat losse zinnen waar ik een alinea mee kan beginnen, soms zijn dat conflicten die tussen personages kunnen ontstaan of hele personages.

Bij lezen over Rationeel Emotionele Therapie (RET) leerde ik dat gedachten leiden tot emotie en dat je door gedachten te veranderen, je andere emoties oproept. Bijvoorbeeld wanneer je denkt dat je iets niet kunt kun je je waardeloos voelen terwijl wanneer je in plaats daarvan denkt dat je het wel kunt als je een paar keer probeert, je blijer wordt. Dus de gedachten van personages leiden ook tot emoties en dus is het zinvol filosofie als inspiratiebron te gebruiken omdat ze leiden tot emoties. Ook Hannah Arendt schrijft tussen haar vaak complexe zinnen weleens wat simpelere taal waar ik iets mee kan, zoals dat mensen willen zien en gezien worden. Dit kan ik dan als thema nemen voor een scène of ik associeer op een complexe zin en kom tot een zin voor in een dialoog.

Een opzet schrijven

Volgens Nirav kan een opzet schrijven je als schrijver blokkeren, omdat je daarmee te vast komt te liggen. Je zou beter kunnen vertrekken uit taal.

Ik denk dat het leren een opzet maken daarmee niet in tegenspraak is. Leren is een vaardigheid krijgen in het doen die beslist eens van pas kan komen. Dit betekent niet dat je verplicht bent om altijd met een opzet van een verhaal te beginnen.

Renate Dorrestein schreef dat ze nooit met een vooropgezet plan begon. Ze zag een kindertehuis en stelde zich vragen. Ze zag personages voor zich en die begonnen te leven.

Voor mij begint het vaak met een idee dat ik vorm wil geven, de personages dienen zich ook aan vanuit een beeld of een situatie. Pas later, terwijl ik die situatie opschrijf, ga ik nadenken over welk plot daarbij zou passen. Zelden begin ik met een plot. Ik weet eerst wie mijn personages zijn en hoe ze in het leven staan. Dit maakt het lastig om een opzet te schrijven, want dat voelt als de omgekeerde weg. Dus ik ben blij dat Nirav benoemt dat dat niet nodig is.

Het naakte schrijven van Nirav

Nirav schreef alweer een tijd geleden het amusante en uitdagende schrijfboek ‘Het naakte schrijven’, waarin hij schrijfmythen zoals dat je geniaal moet schrijven aan de kant zet. Wat ik leuk vind aan zo’n boek is om ja te knikken en nee te schudden. Me lekker dwars voelen. Dit is een boek dat me sterkt in mijn ingeslagen weg en me de zin om eigenzinnig te schrijven geeft. Schrijven niet als product, maar als kunstuiting van de allerindividueelste emotie, terwijl Nirav juist beweert dat we moeten ontleren om als schrijver aanwezig te zijn. Maar dit resulteert juist bij mij tot een sterk verlangen dat nu juist wel te zijn.

Wat ik heb begrepen van neurowetenschappers in Amerikaanse blogs was namelijk dat het verhaal en de betekenis aantoonbaar belangrijk, zo niet essentieel zijn voor de mens. Voor het functioneren van de brein. Het fragmentarische kan zoals experimentele muziek best voor de gevorderde lezer een uitdaging zijn en eisen stellen aan de flexibiliteit van het brein en daarmee een training van begrip, ik denk dat verhaallijnen of verhaalelementen voor een lezer ofwel stukjes puzzel dienen te zijn die hij ergens in kan passen, ofwel verbanden openbaren die een aantal vragen waar een lezer mee rondloopt ten aanzien van thema’s geven.

Op dit moment schrijf ik nu juist een verhaal dat dicht bij me staat na jaren verhalen te schrijven die wat verder van me af stonden. Nirav vindt dat je afstand moet betrachten van de tekst. Dat is ook maar een mening en ik snap wat de waarde daarvan is, ook het afstand nemen van jezelf kan louterend werken, maar dit is geen wet van Meden en Persen. Mijn beste gedichten en verhalen die ook wonnen schreef ik zonder afstand van mezelf. Mijn ervaring is dat het het beste werkt als je alternerend dicht bij jezelf en van een ander standpunt naar ervaringen kijkt, zeker bij het herschrijven is afstand handig. Grappig maar ondanks mijn ervaring nu vind ik dat Nirav zinnige en prikkelende statements maakt en bovenal inzichten geeft die ik elders niet kreeg aangereikt. Ik ben hem dankbaar dat ik nog meer zin heb om verder te schrijven zoals ik ben begonnen.

Vergeet niet te leven

Ik herlees Writing down the bones van Natalie Goldberg en denk even verder over een stukje dat gaat over leven. Het kan gebeuren dat je zo met schrijven bezig bent dat je schrijven daaronder lijdt, volgens Natalie Goldberg en ik heb daar jaren geen last van gehad maar na de intensieve schrijfcursus van begin dit jaar wel. Ik dacht eerst dat het het gat was na de cursus en dat is deels ook zo, maar de oorzaak lag dieper in het volkomen ondergedompeld zijn in schrijven. Ik stond op en schreef over een zwaar onderwerp en ja, ik vergat te leven. Toen alles op papier was, verdween de zin om te schrijven. Ik verlangde er niet naar en had een leeg gevoel.

Natalie raadt aan in zo’n geval andere dingen te doen, te leven, tot je weer de behoefte voelt, het verlangen om te schrijven. Mijn veeleisende vader kwam langs uit Frankrijk, doodvermoeiend door zes uur achter elkaar intense verhalen vaak over leven en dood te vertellen in geur en kleur met het hele spectrum aan emoties. Ik was moe maar kreeg een overdosis aan inspiratie en hoe meer hij vertelde en ik geen tijd had naast mijn dagelijkse bezigheden, des te meer ik verlangde naar schrijven met als gevolg dat ik deze week de draad weer wil oppakken en veel ideeën heb hoe verder te schrijven. In plaats van een leeg gevoel heb ik weer inspiratie.

Het is niet zo dat ik niets schrijf wanneer ik dat lege gevoel heb. Ik kan dan wel een structuur maken, personages uitwerken en andere schrijftechnische dingen doen maar de bezieling die het verhaal belangrijk voor mij maakt ontbreekt. Alsof ik uit het oog heb wat er zo belangrijk aan is, waarom ik het schrijf. Natalie noemt het verschijnsel dat je die gedrevenheid hebt en dat het zichtbaar is in je werk ‘vibrant writing’. Soms komt dat ‘vibrant’ in een laat stadium, wanneer ik met een herschrijf bezig ben na een plotseling inzicht. Soms is het er meteen maar meestal komt dat doordat ik ervoor een reeks inzichten kreeg waar ik lang over nadacht en waar ik research over gedaan heb, zoals bij het verhaal van Op Ruwe Planken. Een halfjaar ervoor had ik me ingelezen in het thema van Elektra door Connie Palmen te lezen over Sylvia Plath en al verbanden gelegd die bij het schrijven van de brief aan de moeder op zijn plaats vielen. Een van de vragen die ik me stelde was: wat als Sylvia een buitengewoon confronterende brief aan haar moeder had geschreven? Zou ze dan zelfmoord gepleegd hebben? Wat was haar blinde vlek? Mijn Elektra werd overigens niet Sylvia Plath en toch zijn er parallellen.

Oeps! Wedstrijdopdracht niet goed gelezen.

In mijn mailbox vond ik een uitnodiging om aan een wedstrijd mee te doen, maar nadat ik het verhaal af had zag ik dat de opdracht moest gaan over een jeugdherinnering en ik had een recentere herinnering gekozen. Nu heb ik een verhaal zonder bestemming.

Menselijke fouten loeren altijd om de hoek, daarom is het tweemaal lezen van de reglementen niet overbodig. Andere blunders die ik weleens heb gemaakt is een verhaal één dag te laat opsturen omdat ik de datum verkeerd had onthouden. Dat verhaal werd ondanks dat toch eervol vermeld. Ook het niet checken van de spambox van de webmail zo rond de wedstrijddatum is geen overbodige luxe. Zo kwam ik erachter dat ik eervol vermeld was voor een wedstrijd maar de e-mail kwam niet aan op mijn computer. Ook heb ik een keer een mail aan mijn moeder per ongeluk naar een schrijfwedstrijd gestuurd, waarna ik een aardige mail kreeg van de organisatie. Niet iedere organisatie is zo vriendelijk. Ik was blij dat ze me dit lieten weten want daardoor kon ik mijn moeder een nieuwe mail sturen.

Ik denk dat nervositeit hier een rol speelt. Vooral in het begin is het spannend om mee te doen aan wedstrijden en daardoor let je soms minder optimaal op. Dit kan ook gebeuren met contacten met uitgevers omdat dat ook spannend is. Een combinatie van rustig ademhalen en nog één keer extra checken voorkomt bij mij herhaling. En verder de wetenschap dat ik ook maar een mens ben en erom lachen.

Top drie Ruwe Planken wedstrijd

Misschien wel tien jaar lang doe ik mee aan de schrijfwedstrijd van Ruwe Planken omdat de opdrachten de meest prikkelende zijn van Nederland. Eerder niet gewonnen maar een monoloog is wel gebruikt bij een theaterauditie en de speelster kreeg de rol. Literair tijdschrift Op Ruwe Planken biedt een podium aan nog niet gedebuteerde schrijvers in het Nederlands en organiseert regelmatig interessante literaire bijeenkomsten.

Vanochtend schrok ik me kapot dat mijn heftige brief gekozen is in de top drie. Als het even kan ga ik voordragen op het Boekenfeest dat sowieso de moeite van een bezoek waard is. Dat wordt oefenen met voordragen en hopen dat mijn stem me niet in de steek laat. Immigreren naar de stille Zuidzee is ook een optie, volgens een schrijfvriend.

Oefening baart kunst schreef ik een aantal jaren geleden en dit is toch weer een bevestiging. Er zijn die zeldzame schrijvers die snel opkomen. Ik ben meer van expressie, leren, oefenen en experimenteren. Ik vind het leuk dat ik het als anderstalige zover heb weten te schoppen.

De functie van details in het verhaal ‘De dag dat mijn zuster trouwde’ van Marga Minco.

Het eerste detail dat mij opvalt is de pin in het raam dat op half stond. Niet op heel. Het is een inzoomen zodat je heel dichtbij komt meteen in de eerste alinea.

De vrouw in roze peignoir die met blote voeten loopt op ijskoud ijs (de tegels) maakt het verhaal meteen zintuiglijk. Iedereen kent de ontbering van ijskoude grond onder de voeten. Dit brengt de ontbering voorin de beleving van het verhaal. Zo is het geluid van het rollende emmertje iets waar ik me bij afvraag wat het betekent. Gevolgd door een balancerende rode kater. Hij zou kunnen vallen. Omdat ik weet dat de tweede wereld oorlog een enorme ramp gaat worden, is het lege emmertje voor mij een teken van verspilling van mensenlevens. Van gemis. Van verdriet zo groot dat het opgedroogd is. Van leegte. De kater is het risico dat er is op dat moment. Hij kan zo dood vallen, maar hij leeft nog. De schreeuw is het gevaar dat schreeuwt. Maar ze weet nog niet wie of wat schreeuwt. In de nacht is het donkere van de oorlog. Dat wat het daglicht niet verdragen kan en wat later aan het licht zal komen.

Het boeket is te vergankelijk om een bruidsboeket te zijn. Marga koos de verkeerde bloemen. Bloemen die te snel uit elkaar vallen en niet houdbaar zijn. De bedoeling van een bruidsboeket is dat het opdroogt en te bewaren is. Dit boeket vergaat onmiddellijk. Zo zal de zus van Marga heel snel sterven, haar huwelijk duurt maar heel even. Dit is niet de schuld van Marga, maar misschien zou ze door iets te doen, haar zus te adviseren Europa te verlaten, kunnen hebben voorkomen dat ze vermoord zou worden.

Japanse bloemen, Berlijnse gotische letters. Van de tijd voordat alles slecht ging en deze twee landen nog geen bezetters en vervolgers waren.

Nu denk ik dat de hoofdpersoon wil dat ze wat gebeurd is terug kan draaien. Door het te vertellen, door de details te vertellen, door nauwkeurig te beschrijven, door te laten zien dat er wat hun familie betreft geen reden is vervolgd te worden, door te laten zien dat dit vredelievende, werkende, brave mensen zijn, de Holocaust ongedaan moet worden. En ergens slaagt ze daarin. Want ze laat haar familie herleven in het verhaal. Het is een tableau dat altijd zo zal blijven, van een goede tijd.

In het tweede alinea wordt de schreeuw van de kat als een krijs van een mens gezien door Marga. Een krijs, de lege emmer, de ijskoude grond onder de voeten staan allemaal symbool voor wat komen gaat. Zoals iemand die iets vreselijks heeft meegemaakt zie je de tekens om je heen als onheilspellend. Als je alleen maar vrolijk bent, lach je om alles. Als je weet dat er onheil is klinken geluiden schril, schrik je, ben je op je hoede. Toch is ze net wel, net niet op haar hoede. Zoals de kat over de rand loopt, zo loopt de familie naar de synagoge.

Ik vind dat Marga de familie op het randje laat lopen door de emoties ook binnen de lijntjes te houden. De emoties lopen niet op waar je zou verwachten dat er grote vreugde zou zijn, blijft het ingetogen. Ze wordt niet wakker van ‘Ha! Mijn zus gaat trouwen, ik heb er zin in.’ Maar haar zus vouwt haar sluier op en wil het buiten niet dragen. Er wordt gelet op de buren. Er worden geen corsages gedragen. Ook de negatieve emoties zijn ingehouden. De angst wordt niet getoond door weg te rennen, trillen, beven. Nee, de ster wordt stil verborgen. Wel vertelt ze openlijk over het bezweren van angst door ‘eenvoudige handelingen in huis’ te verrichten. Terugkeren in de badkamer om te controleren of de kraan wel dicht is gedraaid. Zich afvragen waarom ze voor Japanse bloesem gekozen had. De handelingen in het verhaal zijn zeer treffend gemeten beschreven.

Geen boosheid in het verhaal.

Het huis met lege stoelen, die verstoord achterover geschoven zijn, doet denken aan de reeds aanwezige afwezigheid. Een soort vooruitzien.

Het achter de groep aanlopen, als een afscheid.

Ze blijft achter aan tafel als getuige, alleen. Ziet ze hoe haar tantes de tafel afruimen. Alsof het leven van de anderen voor haar neus vertrekt. Het opruimen, de laatste sporen van het huwelijk van haar zus. Het witte kleed alsook de kruimels en de stervormige bloesems. Alles werd in een vuilniszak uitgeschud. Ik zie daar een allusie in naar het wegwerpen van mensen zoals in de Holocaust gebeurd is.

Als laatste blijft de geur in de doos hangen. Daar zie ik een symbool van de herinnering aan het goede in. De goedheid van de familie van Marga, die overblijft.