Oeps! Wedstrijdopdracht niet goed gelezen.

In mijn mailbox vond ik een uitnodiging om aan een wedstrijd mee te doen, maar nadat ik het verhaal af had zag ik dat de opdracht moest gaan over een jeugdherinnering en ik had een recentere herinnering gekozen. Nu heb ik een verhaal zonder bestemming.

Menselijke fouten loeren altijd om de hoek, daarom is het tweemaal lezen van de reglementen niet overbodig. Andere blunders die ik weleens heb gemaakt is een verhaal één dag te laat opsturen omdat ik de datum verkeerd had onthouden. Dat verhaal werd ondanks dat toch eervol vermeld. Ook het niet checken van de spambox van de webmail zo rond de wedstrijddatum is geen overbodige luxe. Zo kwam ik erachter dat ik eervol vermeld was voor een wedstrijd maar de e-mail kwam niet aan op mijn computer. Ook heb ik een keer een mail aan mijn moeder per ongeluk naar een schrijfwedstrijd gestuurd, waarna ik een aardige mail kreeg van de organisatie. Niet iedere organisatie is zo vriendelijk. Ik was blij dat ze me dit lieten weten want daardoor kon ik mijn moeder een nieuwe mail sturen.

Ik denk dat nervositeit hier een rol speelt. Vooral in het begin is het spannend om mee te doen aan wedstrijden en daardoor let je soms minder optimaal op. Dit kan ook gebeuren met contacten met uitgevers omdat dat ook spannend is. Een combinatie van rustig ademhalen en nog één keer extra checken voorkomt bij mij herhaling. En verder de wetenschap dat ik ook maar een mens ben en erom lachen.

Amos Oz (kort verhaal)

Achter de gevels van ons dorp verlustigen vissers en meisjes zich aan kibbeling met saus. De saus druipt van de baarden en vermengt zich met lippenstift. De meisjesharen hangen troosteloos los. Ik loop verder naar de boekenwinkel. Mijn hart maakt een sprongetje, ik versnel mijn pas. Over de straat rent een poes alsof hij achternagezeten wordt door zijn ouders. Ik verschuif mijn hoofddoekje, want ik zie zo niet waar ik heenga. Mijn opgespaarde geld ligt los in mijn jaszak. Met mijn vingers omklem ik het terwijl ik voel hoe mijn benen bewegen tijdens het lopen.

In mijn kamer ben ik zo vrij als hier op straat. Ik lees, doe mijn huiswerk. De gesloten wereld opent zich voor mij onder de toeziende blik van mijn ouders die afstand houden. Een mobiel mag ik niet. ‘Te duur,’ vindt vader. Moeder zwijgt en knikt. Mijn uitje is de boekenwinkel. Ik heb het mezelf beloofd als ik goede cijfers zou halen voor geschiedenis en Frans.

Ik heb het boek in mijn handen. Hoe kijkt de verkoopster mij straks aan? Zullen haar ogen medelijden verraden of zal ze goedkeurend knikken zoals mijn moeder?  Een man in de winkel staart kort naar me alsof hij aan mij wennen moet. Ik keer het boek om en lees de achterflap. Judas. Amos Oz. Mijn handen voelen klam, het geld is nog in mijn zak. Precies genoeg. Zou het over een Joodse verrader gaan? Ik wil de andere kant lezen, de verboden kant van het verhaal.

De naam Judas was ooit een heel gewone naam, zoals Mohamad. Mijn geest zit vol vragen waar ik steevast geen antwoord op krijg, geen bevredigend antwoord. Ik weet dat ik liefde zoek en vind in boeken. Mijn vader is vroom, maar niet geleerd. De vader van Juliette zei laatst dat Descartes de twijfel naar Nederland bracht en dat daardoor demonen verslagen werden.

Sinds ik dat weet probeer ik te twijfelen. Ik twijfel aan de antwoorden van mijn vader, aan demonen. Hij wilde niet dat ik VWO ging doen, maar meester van groep 8 heeft hem overgehaald. Natuurlijk laat ik niets merken over mijn twijfel, ik ben niet ongehoorzaam.

Ik loop naar de balie en vraag om een tas, maar daar moet je voor betalen. Dat geld heb ik niet. Het boek laat ik liggen, ik ren de winkel uit, terug naar huis langs de lange weg met de gevels waarachter buurvrouwen aardappels schillen en buren in schuren de boel dichttimmeren.

Ruim een kwartier later sta ik weer in de winkel met een plastictas. Ik koop het boek. Tijdens het lopen zie ik als een vloek de ogen van mijn familie op mij rusten. Ik ga harder lopen, recht mijn rug. Mijn spieren spannen zich. Nog even en ik ben thuis, klaar om het boek te openen. Nog even en ik zal beter weten, beter dan mijn broer die gevangen zit in zijn denken. De trap naar boven kraakt onder mijn voeten. In de keuken schilt mijn moeder aardappelen voor in de couscous.

De functie van details in het verhaal ‘De dag dat mijn zuster trouwde’ van Marga Minco.

Het eerste detail dat mij opvalt is de pin in het raam dat op half stond. Niet op heel. Het is een inzoomen zodat je heel dichtbij komt meteen in de eerste alinea.

De vrouw in roze peignoir die met blote voeten loopt op ijskoud ijs (de tegels) maakt het verhaal meteen zintuiglijk. Iedereen kent de ontbering van ijskoude grond onder de voeten. Dit brengt de ontbering voorin de beleving van het verhaal. Zo is het geluid van het rollende emmertje iets waar ik me bij afvraag wat het betekent. Gevolgd door een balancerende rode kater. Hij zou kunnen vallen. Omdat ik weet dat de tweede wereld oorlog een enorme ramp gaat worden, is het lege emmertje voor mij een teken van verspilling van mensenlevens. Van gemis. Van verdriet zo groot dat het opgedroogd is. Van leegte. De kater is het risico dat er is op dat moment. Hij kan zo dood vallen, maar hij leeft nog. De schreeuw is het gevaar dat schreeuwt. Maar ze weet nog niet wie of wat schreeuwt. In de nacht is het donkere van de oorlog. Dat wat het daglicht niet verdragen kan en wat later aan het licht zal komen.

Het boeket is te vergankelijk om een bruidsboeket te zijn. Marga koos de verkeerde bloemen. Bloemen die te snel uit elkaar vallen en niet houdbaar zijn. De bedoeling van een bruidsboeket is dat het opdroogt en te bewaren is. Dit boeket vergaat onmiddellijk. Zo zal de zus van Marga heel snel sterven, haar huwelijk duurt maar heel even. Dit is niet de schuld van Marga, maar misschien zou ze door iets te doen, haar zus te adviseren Europa te verlaten, kunnen hebben voorkomen dat ze vermoord zou worden.

Japanse bloemen, Berlijnse gotische letters. Van de tijd voordat alles slecht ging en deze twee landen nog geen bezetters en vervolgers waren.

Nu denk ik dat de hoofdpersoon wil dat ze wat gebeurd is terug kan draaien. Door het te vertellen, door de details te vertellen, door nauwkeurig te beschrijven, door te laten zien dat er wat hun familie betreft geen reden is vervolgd te worden, door te laten zien dat dit vredelievende, werkende, brave mensen zijn, de Holocaust ongedaan moet worden. En ergens slaagt ze daarin. Want ze laat haar familie herleven in het verhaal. Het is een tableau dat altijd zo zal blijven, van een goede tijd.

In het tweede alinea wordt de schreeuw van de kat als een krijs van een mens gezien door Marga. Een krijs, de lege emmer, de ijskoude grond onder de voeten staan allemaal symbool voor wat komen gaat. Zoals iemand die iets vreselijks heeft meegemaakt zie je de tekens om je heen als onheilspellend. Als je alleen maar vrolijk bent, lach je om alles. Als je weet dat er onheil is klinken geluiden schril, schrik je, ben je op je hoede. Toch is ze net wel, net niet op haar hoede. Zoals de kat over de rand loopt, zo loopt de familie naar de synagoge.

Ik vind dat Marga de familie op het randje laat lopen door de emoties ook binnen de lijntjes te houden. De emoties lopen niet op waar je zou verwachten dat er grote vreugde zou zijn, blijft het ingetogen. Ze wordt niet wakker van ‘Ha! Mijn zus gaat trouwen, ik heb er zin in.’ Maar haar zus vouwt haar sluier op en wil het buiten niet dragen. Er wordt gelet op de buren. Er worden geen corsages gedragen. Ook de negatieve emoties zijn ingehouden. De angst wordt niet getoond door weg te rennen, trillen, beven. Nee, de ster wordt stil verborgen. Wel vertelt ze openlijk over het bezweren van angst door ‘eenvoudige handelingen in huis’ te verrichten. Terugkeren in de badkamer om te controleren of de kraan wel dicht is gedraaid. Zich afvragen waarom ze voor Japanse bloesem gekozen had. De handelingen in het verhaal zijn zeer treffend gemeten beschreven.

Geen boosheid in het verhaal.

Het huis met lege stoelen, die verstoord achterover geschoven zijn, doet denken aan de reeds aanwezige afwezigheid. Een soort vooruitzien.

Het achter de groep aanlopen, als een afscheid.

Ze blijft achter aan tafel als getuige, alleen. Ziet ze hoe haar tantes de tafel afruimen. Alsof het leven van de anderen voor haar neus vertrekt. Het opruimen, de laatste sporen van het huwelijk van haar zus. Het witte kleed alsook de kruimels en de stervormige bloesems. Alles werd in een vuilniszak uitgeschud. Ik zie daar een allusie in naar het wegwerpen van mensen zoals in de Holocaust gebeurd is.

Als laatste blijft de geur in de doos hangen. Daar zie ik een symbool van de herinnering aan het goede in. De goedheid van de familie van Marga, die overblijft.

Schrijfwedstrijd voorbereiden met Editio

De cursus duurt drie weken waarin je drie keer werk mag inleveren en commentaar van een redacteur ontvangt. Na twee rondes inzenden kan ik wel zeggen dat mijn verhaal inderdaad beter is geworden en dat ondanks de uitdaging, geen alledaags verhaal met een dosis experiment en een vreemde structuur, de redacteur van Editio goede feedback gaf waar het verhaal bij gebaat was. Ze wist de vinger op de zere plekken te leggen. Ze gaf zowel globaal als op detail advies. Ze liet me ook de ruimte om zelf te onderzoeken en oplossingen te bedenken. Het verhaal is daardoor sterker en vooral de samenhang is vergroot tussen de verschillende delen. Deze cursus is zeker een aanrader om je voor te bereiden op een schrijfwedstrijd, maar kun je ook als gevorderde gebruiken om snel een verhaal publicabel te maken. Je hebt nog steeds proeflezers nodig voor mogelijke taalfouten waar je overheen kijkt, maar vaak mis je als gevorderde de blik van een redacteur die globaler kijkt naar de meer structurele aspecten. Sommige proeflezers kunnen dit ook, maar ze zijn zeldzaam en meestal opgeleid in taal.

Schrijfwedstrijdcursus van Editio

Binnenkort start de grote jaarlijkse schrijfwedstrijd van Editio en dit jaar bieden ze een schrijfcursus aan waarbij je een verhaal tot 1500 woorden kunt inleveren om aan te sleutelen met echte redactie. Dit is niet alleen voor een schrijfwedstrijd interessant: met een ervaren docent aan één verhaal werken heeft een blijvende waarde omdat dit ook op schrijfscholen gedaan wordt waarbij het de bedoeling is dat je aan je valkuilen werkt. Je hebt problemen van één specifiek verhaal maar ook schrijfproblemen die in ieder verhaal terugkomen. Als je dat laatste ook aanpakt, valt hopelijk het kwartje en voorkom je de valkuil in volgende verhalen. Daarvoor is een ervaren docent geschikt die veel ervaring heeft over de werking van verhaaltechniek.

Ik heb me dus opgegeven en een verhaal ingestuurd om aan te werken. Het is wel een experimenteel verhaal met een afwijkende vorm. Het is moeilijk om proef te lezen daardoor. Ik ben benieuwd wat de docent ervan gaat zeggen en hoe ik het kan verbeteren.

Speeddate voorbereiden

Aanstaande zondag is de schrijfdag en in aanloop daarvan heb ik vorig jaar een paar vragen voorbereid. Het is goed om in een gesprek je kaarten op tafel te leggen. Welke schrijfcursus heb je gedaan? Hoe ver ben je? Aan welk schrijfproject werk je? Wat voor vragen heb je ten aanzien van je proces? Welke route kun je het beste volgen? Wat voor uitgever publiceert nu net die teksten die jij schrijft? Ik schrijf voor mezelf zoveel mogelijk vragen op en ter plekke stel ik die prangende vragen die ik over mijn proces heb. Een ervaren docent / redacteur / schrijver / uitgever waar ik mee in gesprek ga kan daar een goed antwoord op hebben en het kringetje van vragen in je hoofd doorbreken. Vorig jaar en begin dit jaar werkte dat zo bij speeddaten.

Zo leerde ik dat het handig is om gedichten te schrijven die thematisch aan elkaar verbonden zijn in een cyclus. Dit leidde tot het schrijven van iets om voor te dragen waar samenhang in was, proza met songs. En hoorde ik dat uitgevers nu geen Ulysses meer zouden uitgeven, terwijl dat mijn ultieme streven is. Maar geen nood, er is altijd nog self-publishing.

Donald Barthelme

Nog steeds krijg ik reacties op mijn Engelstalig verhaal geschreven voor Moving the Margins, een cursus aan IOWA University via MOOC. De laatste vergelijkt mijn verhaal met die van Donald Barthelme. Dit is aanleiding om me te verdiepen in Donald Barthelme en ik lees dat hij wordt aangemerkt als postmodernistisch schrijver van korte verhalen en novelles, naast zijn werk als journalist en oprichter van een befaamde schrijfschool.

Het verhaal ‘The Balloon’ is een van zijn bekendste en te vinden in the New York Times, online. Het is een zeer kort verhaal en op het eerste gezicht is het alleen wat er staat en zegt hij zelf in het verhaal dat het niets wil zeggen. Echter, bij nadere beschouwing zie ik er zelf een allegorie in. Er hangt een reusachtige ballon boven New York. Voor mij is het een obstakel om een normaal leven te leiden. De ballon staat tussen de mensen en de hemel in en verdwijnt weer door ingrijpen van de narrator. Dat is optimistisch of het kan zijn dat schrijvers als rol hebben de obstakels weg te nemen die boven ons hoofd hangen. In principe werkt zo’n verhaal als een projectiescherm waar je van alles kunt zien op persoonlijke wijze, omdat Donald Barthelme daar de ruimte voor laat aan de lezer. Hij dwingt niemand een bepaalde richting op te denken. Er is een ballon, de schrijver laat hem verdwijnen, iedereen mag er het zijne van denken.