Genomineerd verhaal Baarnse Literatuurprijs gevolgd door juryrapport

Code Oranje

 

14:35 uur. Ook de kinderarts Chung Wia weet niet waarom Bram telkens in elkaar zakt. Ik registreer wat de arts zegt. In een crisis maak ik mentale notities, mijn houvast: bloedtest, CT-scan, neurologische tests, bloedwaardes, hartslag- ik voelt mijn hart in mijn keel bonzen. Ik ben niet ziek, mijn zoon is ziek. Mijn lieve zoon…

Mijn pieper gaat af. Code oranje, juist nu. Liever stond ik oog in oog met een belager. Daar ben ik op getraind. Deze aanval zag ik niet aankomen. De onzichtbare opponent waar ik geen strategie of vechttechniek op los kan laten grijpt me naar de keel.

14: 38 uur. Dr. Chung Wia luistert met de stethoscoop naar het hart van Bram. ‘Je hartslag is te snel en je ziet bleek.’ Ze belt even. Wat ze zegt ontgaat me. Ik kijk naar Bram en denk aan de Code oranje. Niet nu! Ik heb zin om te rennen achter een grijpbare vijand en tegelijkertijd wil ik de hand van Bram vasthouden. Ik kan hem uit vijandig gebied op mijn rug dragen maar hiertegen…

‘Mevrouw Dijkstal, houdt u er rekening mee dat Bram hier zal blijven slapen. Ik wil onderzoek doen naar verschillende dingen. Om te vermijden dat hij steeds terug moet komen, wil ik hem hier houden.  Een ogenblik. Ik ga het nu voor u regelen. Ik ben zo terug.’

Ik ben meteen klaarwakker en in de startblokken, maar tegelijkertijd is het als een stomp in mijn maag. Ik glimlach geforceerd naar Bram. Hij geeft me een glimlach terug, maar zijn ogen staan droef.

14: 41 uur. Dr. Chung Wia staat op en loopt het kleine kamertje uit. Haar ruimzittende witte jas bobbelt op bij haar heupen.

14: 42 uur. Mijn pieper gaat weer af. ‘Bram, ik ga papa bellen. Hij zal zo wel komen, want ik heb een oproep gekregen om het rijksmuseum te bewaken.’ Ik zeg niet tegen een nieuwe aanslag van terroristen, want ik wil hem niet ongerust maken. ‘Ik hoop dat hij niet in de file terechtkomt.’ Ik bel. De telefoon gaat een paar keer over. Bram zwijgt, staart voor zich uit, is zo stil dat het pijnlijk is.

14: 44 uur. ‘Schat, mijn verlof is ingetrokken. Ik moet nu naar het werk en Bram moet hier blijven slapen. Neem zijn pyjama, tandenborstel en laptop mee. Pak maar een schone pyjama uit de kast. En vergeet je scheerspullen niet. Het is niet anders.’

14: 45 uur. De arts praat op de gang. Haar stem heeft een plezierige klank. Ik probeer me voor te stellen hoe de dag gaat verlopen. Ik verdedig het museum, de kunst, onze manier van leven. De arts, mag ik haar Chung noemen, verdedigt het leven van mijn zoon. Durft Chung niet te zeggen dat ze aan kanker denkt? Op zijn vroegst is mijn man hier over twintig minuten. Waar blijft de arts?

14: 55 uur. Bram kucht. Zijn schouders hangen slap naar beneden. De arts komt binnen. ‘Volgt u mij naar de verpleegafdeling.’

‘Mijn man komt zo.’

‘Ik zal bij de balie zeggen waar we zijn.’

De kille gangen zijn opgevrolijkt met zeegezichten. We lopen langs een recreatieruimte met speelgoed, tafels, een televisie. Bram kijkt weg. Het wit in zijn gezicht ziet wat grauw.

14: 58 uur. Nog hoeveel minuten? Het bed wordt opgemaakt. Bram staat naast het bed, een beetje in elkaar gedoken. Hij kijkt naar het bed. De lakens worden efficiënt strakgetrokken. De deken volgt. Eindelijk kan hij gaan liggen.

15:10 uur. Ik kus mijn kind, let op de deur. Ik durf mijn zoon niet alleen te laten, ook al is hij omringd door verpleegsters. Wat als ik de deur uitloop, de gang doorga en de trappen neem naar de uitgang? Mijn zoon alleen zit in de kamer, van zijn stoel valt zonder iemand om hem heen om hem op te vangen? Zal ik een bericht sturen dat ik vast zit in het ziekenhuis?

De kindertekening aan de wand van een lachende olifant geeft geen antwoord. Getekend door Danny, jonger dan Bram. Zou hij nog leven? Was zijn moeder de hele tijd bij hem?

Achter het raam zie je de dijk met schapen. Daarachter is de zee, onttrokken aan het oog. De dijk als bescherming, de dijk als grens. De makke schapen weten niet van ziekte en oorlog. Ze weten niet van beschermen. Ze weten van koud en warmte. De deur gaat open. Ik draai me om.

‘Schat, je kunt gaan. Ik ben er.’

15:15 uur. Ik kus mijn man en loop met ferme passen door de gang, de onzichtbare vijand achter me latend.

 Juryrapport

Een heel aardig verhaal en apart qua opbouw, al is het daardoor wel wat fragmentarisch geworden. Aardige beeldspraak en de korte zinnen onderstrepen de spanning. Soms is het niet zo duidelijk. De oproep kon ook verbonden worden aan de oproep van de arts, maar dat is niet gebeurd.

Advertisements

4 thoughts on “Genomineerd verhaal Baarnse Literatuurprijs gevolgd door juryrapport

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s