Kritiek waar je niets mee kunt

Het is fijn om kritiek te ontvangen, het liefst van je proeflezers die je behoeden om de mist in te gaan. Maar soms krijg je een juryrapport met kritiek die je met de beste wil niet kunt verwerken. Omdat jouw opvatting diametraal tegenovergesteld staat aan die van deze beste lezer. Omdat ik bijvoorbeeld van mening ben dat in fantasy enige dichterlijke vrijheid geoorloofd is en dat Dino’s best zoogdieren kunnen zijn die melk drinken en het jurylid van mening is dat in SF ‘de waarheid’ waar en waarachtig is en dient te zijn. Ten eerste twijfel ik aan de theorie dat alle Dino’s eieren legden en ten tweede stikt het in tekenfilms van dergelijke inconsistenties waar niemand over valt, dus waarom zou het in een verhaal, wat ik beschouw als een vrijplaats, niet kunnen. Ik hoef geen naprater te zijn. Ziehier hoe criticus en schrijver lijnrecht tegenover kunnen komen te staan in hun oordeel.

Ik kan zo aan de kritiek draaien dat ik het als een waarschuwing voor de toekomst kan opvatten. Maar dan word ik alsnog een naprater. Want dan blijf ik steken in ‘men vindt dat’, ‘je moet dichtbij de waarheid blijven’. Dogma’s die onterecht als vaststaande waarheid worden gebracht.

Als ik zelf verhalen proeflees, merk ik dat ik veel meer goed vind dan anderen. Dit komt omdat ik ieder verhaal op eigen merite lees. Ik zie een bedoeling als iemand een verhaal begint als een chicklit  (net iets pittiger om precies te zijn) en langzaam, heel langzaam switcht naar horror. Het is spannend terwijl ik tegelijkertijd erg moet lachen. Er was maar één jurylid op vijf die dit waardeerde. Ik vond het een fris gegeven en geweldig uitgevoerd. Het ritme van het verhaal speelde bovendien de hoofdrol en nam het verhaal over. De personages waren ondergeschikt, onderworpen aan de chicklit, waarna ze gezogen werden in het ritme van een kinderverhaal dat steeds sneller ging. Ook daar was mijn oordeel tegenovergesteld aan die van de jury. Als lezer voelde ik me bedonderd. Ik vond dit een topverhaal. Hoe kan de jury nu een andere smaak hebben dan ik?

Welnu, jury’s zijn net mensen. Ze hebben smaak en veel ervaring, ook schrijfervaring. Ze kiezen en ze beredeneren hun keuze. Het is niet zo dat ik het geheel met ze oneens ben, na een tweede lezing van hun commentaar. Dan zie ik naast het verschil dat tussen ons in staat ook de overeenkomsten. Alleen maakt mijn smaak dat ik anders zou oordelen. Dat is niet vreemd, want ik kijk liever naar de ‘Elephant man’ of ‘One Flew over the Cuckoo’s nest’ dan naar ‘De steen der wijzen’. De meeste mensen kijken liever naar ‘De steen der wijzen’.

Als ik proeflees vind ik heel veel goed. Ik zie verschillende mensen en manieren van denken. Ik zie verschillende smaken en de mens achter de schrijfstijl. Ik kan vertederd raken door spelfouten, door afwijkende gedachten, maar ook echt genieten van complexiteit. Ik ben een waardeloze proeflezer, want ik zie overal het goede in. Alleen typo’s en logica-fouten melden vind ik geen inbreuk doen aan de eigenaardige manier van schrijven die iedereen typeert.

Iedereen moet zichzelf kunnen zijn als hij schrijft, of het nu eenvoudig is of superslim, dyslectisch, in plat dialect of virtuoos ritmische zinnen, op ieder niveau van ontwikkeling. Je mag er zijn.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s