Schrijfwedstrijd Psychologiemagazine

Psychologiemagazine heeft weer een schrijfwedstrijd. Ditmaal wordt er gevraagd om het beste advies dat je gekregen hebt, in maximaal 300 woorden. Het beste advies dat ik kreeg was misschien van mijn moeder, die vond dat ik zelf moest leren kiezen. Ze leerde me een briefje te maken tussen pro’s en contra’s en dan een afweging te maken, liefst met gewichten. Mijn vader gaf ook graag advies, maar hij drong het een beetje op. Dat werkt averechts. Bij deze opdracht willen ze een concreet verhaal, geen algemene tegeltjeswijsheid.

Feedback op een hoger plan

Om mijn schrijfstijl en schrijftechniek te verbeteren doe ik al een cursus (vooral voor schrijftechniek) en lees ik veel andere schrijvers en schrijf veel. Ik vraag ook om feedback van proeflezers. Wat ik nog niet gedaan heb is een masterclass of feedback vragen van iemand op het hogere niveau. Ik kreeg als tip om een bepaalde schrijver te benaderen, omdat hij les geeft en over een woord lang kan praten. Van hem leer je wat van de finesse van taal. Ik deed mijn stoute schoenen aan en stuurde een bericht. Iets later kreeg ik een bericht terug dat er mogelijkheid is. Ik merk dat ik zenuwachtig ben om van een taalmeester feedback te krijgen.

Wat te doen als emoties je schrijven in de weg staan?

Kort na de aanslagen in Frankrijk, vond ik het moeilijk me te concentreren op mijn verhaal. Ik zat vol met gedachten en emoties, die drongen om naar buiten te kunnen. Ik denk dat een aantal van jullie dit herkennen. Hetzelfde kan ook gebeuren als je iets anders meemaakt dat je even verwerken moet. Een oplossing kan zijn, weet ik uit eigen ervaring, om erover te freewriten. Schrijf vrijuit wat je allemaal voelt en denkt, zonder oordeel. Geef het de ruimte. Als je dan gaat schrijven heb je niet meer dat je gevoelens gaan overheersen in wat je schrijft, al kan ik dat niet garanderen bij sterke emoties.

Gisteravond voelde ik de behoefte om iets aardigs te schrijven aan de Parijse Nanoërs, die vlakbij de aanslagen een write-in hadden. Ze zijn gelukkig ongedeerd, maar het raakt ze natuurlijk wel, al schreven ze juist door en lieten zich niet stoppen.

Veranderen van ideale lezer

Jolanda Pikkaart, schrijfcoach, leerde mij dat je vooral moest schrijven voor een ideale lezer. Ik begon aan mijn Nanowrimo-project al voor ik haar woorden hoorde. Mijn ideale lezer was vaag. Ik richtte mijn boek aan iemand, waarvan ik wist dat een lezer (wie?) het grappig zou vinden om zich mee te identificeren. Het begin van het boek schreef ik vlot en met veel plezier. Ik dacht een toverformule te hebben gevonden, want de woorden vlogen over het scherm. Na 12000 woorden richtte mijn belangstelling zich meer op het schrijven van korte verhalen. Het boek bleef liggen. Het schrijven van korte verhalen was succesvol. Ik had veel inspiratie en ik werd genomineerd en ik won. Ik schreef het ene verhaal na het andere en de wedstrijden raakten op.  Nanowrimo kwam eraan. Het afschrijven van mijn boek zou gebaat zijn bij meedoen. Ik kondigde aan dat ik meedeed aan Nanowrimo, op Facebook en op fora waar ik lid was. Nu had ik een stok achter de deur en ik ging met goede moed verder met mijn toverformule. De eerste week ging boven verwachting goed. De ideeën bleven stromen en zo ging het tot 25 k. Opeens stoorde ik me aan wat ik schreef en dacht dat het zo niet door kon gaan tot het einde. De ideeënstroom droogde op en ik verviel in herhaling. Toch schreef ik verder, want ik had een formule.

Vanmiddag dacht ik na over het einde. Ik wil ergens naartoe schrijven. Ik bedacht een premisse waar naartoe ik kon schrijven. Terwijl ik op een forum schreef over mijn ervaring, realiseerde ik me dat ik in conflict ben over de ideale lezer. Had ik in het begin een lezer in gedachten, deze veranderde gaandeweg in een ander type lezer. Nu is het niet de bedoeling dat ik mijn hele verhaal eerst herschrijven ga om verder te schrijven. Ik ga het eerst afschrijven, waarna ik misschien het hele boek weer om ga gooien. Dit doet me denken aan Renate Rubinstein, haar manier van schrijven die ze bespreekt in ‘Het geheim van de schrijver’ Zij gooide rustig tot acht keer toe een verhaal helemaal om. Het is me nog niet gebeurd dat ik een verhaal compleet op zijn kop gooide. Ik ben eerder blij met het besluit dat ik voorlopig zo verder ga en later ga herschrijven.

Nog een mogelijkheid is dat ik het conflict behoud als interessant gegeven.

Richting is zoek

Bij de 30000 woorden beland, merk ik dat ik veel ideeën heb geschreven, maar dat de richting zoek is. Hoe gaat het verhaal eindigen? Wat zat er ook alweer in mijn hoofd ter afsluiting, moet ik daar niet langzamerhand naartoe werken?

In zeer korte verhalen kom ik graag snel to the point. Ik heb overzicht. In dit langere verhaal wil ik ook onderhoudend blijven, de hele lengte lang. Ik schrijf door maar merk dat ik de inhoud van wat ik schrijf een slap aftreksel begin te vinden van het begin. Ik ontdek herhalingen. Misschien is het tijd om eens afstand te nemen en ideeën op te doen. Of ik verwerk de zoektocht en het gepuzzel in het boek als een deel van het proces.

Drijfveren en emoties

Tijdens Nanowrimo was ik verontwaardigd. Alweer een antisemitisch incident in het nieuws op Facebook maakte me kwaad. Ik opende mijn Nanowrimo-document en wilde verder schrijven waar ik gebleven was, maar mijn gevoel voor onrechtvaardigheid sputterde tegen. Eerst wil ik aan het woord, zei het. Mijn verhaal liet het toe, dus ik schreef een alinea over politiek om daarna verder te gaan met de grotere lijn van mijn betoog. Nog steeds beïnvloedde mijn opgerakeld gevoel mijn schrijven. De zinnen klonken verdrietig en boos.

Naast emoties en gedachten konden drijfveren met mijn verhalen aan de loop gaan. Zo graag iets willen delen, of aardig over willen komen, of iets uit willen leggen dat dit mijn oorspronkelijke opzet verdreef. Ik kon twee dingen doen: de lijn van mijn verhaal braaf volgen of ingaan op mijn eigen behoefte. Als experiment koos ik voor de tweede optie.

De beruchte tweede week

Hoe blijf je schrijven tijdens Nanowrimo, vooral na de eerste week? De tweede week is berucht omdat dan het verhaal in elkaar kan zakken, de schrijver gaat door de knieën, de inspiratie maakt een duikvlucht en het enthousiasme keldert.

Het is dan zaak om overeind te blijven en door te gaan. Ook als je naar je verhaal kijkt en nee schudt. Schrijf over dat punt heen. (goed, vorig jaar ben ik op dat punt gestopt maar in 2011, meisje, las ik net op het moment dat ik wilde opgeven een peptalk van Chris Beaty) Schrijf voorbij dat punt. Sla het dode punt gewoon over. Begin een nieuwe scène en laat de vorige gewoon voor wat het is. En schrijf, schrijf, schrijf.

Als je eenmaal weer de draad opgepakt hebt en weer plezier begint te voelen, weet je dat ik gelijk had. Dank me niet maar schrijf, schrijf, schrijf.